Allej vooruit. Ik zit op dat Pingding van Apple. Al welgeteld 30 minuten. Ondertussen is iTunes al drie keer kapot gegaan en mijn muis verandert elke minuut in een spinnend cd’ke. (Hoe ironisch.) Maar! Het is me gelukt.
Als ge mij wilt vinden, dan moet ge zoeken op mijn echte naam. Maar die kent ge niet. En de zoekbalk zoekt niet in de profielbeschrijving. Dus met “spekvriend” of “sloddervossen” in te tikken, zult ge niet ver geraken. En uw adresboek uploaden kan niet, dus daar gaat ge mij ook niet mee vinden. Mijn account is als het ware verstopt. Woe-hoe-hoew. Spanning verzekerd.
Weet ge wat ik wel een beetje flauw vind? Ping werkt vanuit de Apple Store. Da’s nogal een commercieel uitgangspunt voor social media he. Mij lijkt het logischer dat ge vertrekt vanuit de bibliotheek en dat ge vandaar doorklikt naar Ping of naar de Store. Maar ja, think different en al.
Misschien mis ik de clue helemaal. Misschien is het echt baanbrekend en zie ik het niet. Misschien ben ik traag van begrip. Een jongen die af en toe een schouderklop en wat extra hulp nodig heeft met al die nieuwe techninonologie. Misschien ook niet.
Voorlopig nog geen grote fan van Ping dus, maar het ding bestaat nog maar een dag en ik ben al van half zes wakker. Dat kan er ook mee te maken hebben. Na Italië geef ik het een tweede kans.
Bij de afbraak van onze badkamer zijn enkele muurhouders van onze handdoekradiator kwijt geraakt. Na een vruchteloze zoektocht bij de plaatselijke groothandel en bij de loodgieter, stuur ik een mailtje naar de fabrikant met de vraag waar ik nieuwe bevestigingsconsoles kan kopen.
Dit is het antwoord:
U kan deze muurbevestigingen gewoon via ons bestellen.
Maar aangezien zulke zaken nu eenmaal kunnen gebeuren, zal ik ze per post kosteloos versturen.
Betreft het een witte Sevilla of een chromé?
Awel, ik vind dat sympathiek. Heel sympathiek. Ze verdienen daar niks mee, met gratis muurhouders op te sturen, maar het bespaart mij een hoop last. Deze klant is tevreden.
Wij hebben nog twee zolderkamers te verbouwen en de radiatoren die ik daar ga hangen, zullen er van Quinn zijn. En dat allemaal dankzij een paar gratis muurhouders. Is dat niet lief?
Neen, ik ben geen ruziemaker. Geen tandjesplukker en geen vechtersbaas. Ik ben een gezapig onderhandelaar. Zo iemand die zegt: “kom, kom, kom”.
Zo was er ooit op school een pestkop die ruzie zocht met mij en met mijn vrienden. Met heel de wereld eigenlijk. Geen idee waarom. Misschien omdat we hem steeds ‘De Kakkebroek’ noemden. Hij had nogal een vreemde manier van stappen. Af en toe kwam hij naar ons en dan brulde hij: “veur elke moat da gij meepakt, pak kik er tien meej!”. En dan zei ik: “Kom, kom, kom. Stel nu dat ik zes miljard maten heb, wat gaat ge dan doen?”. En dan wist hij niet wat zeggen, want De Kakkebroek was niet zo slim en rekenen vond ie stom.
Zo was er ook ooit een johnny die na school met een opgefokte camino rondsjeesde. De vrienden en ik stonden wel eens op zijn parcours. In de weg, vond hij. De spanningen liepen hoog op en één keer kwam het bijna tot een handgemeen waarbij de Caminoheld iemand uitschold als ‘vuile paljas’. Omdat ‘paljas’ nogal een debiel scheldwoord is -en hij dat zelf misschien wel besefte- besloten we na subtiele bemiddeling (“kom, kom, kom”) de strijdbijl te begraven. De Caminoheld werd later geluidsman van een wereldberoemde popgroep uit Turnhout. Ik zal zijn moppen over XLR-jacks en woofers van 10000 watt nooit vergeten.
Vorig weekend heb ik De Kakkebroek terug gezien op de parking van de Decathlon. Hij zag er goed uit. Gezonde blos op de wangen. De benen licht gespreid. Splinternieuwe pet op zijn hoofd. Een kind op zijn arm. Naast hem liepen zijn vrouw en enkele vrienden. Just in case. Ook de Caminoheld heb ik onlangs terug gezien in de Colruyt. Met een doos Frosties en een pak Ardeense hesp. Hij zag er gelukkig uit.
Geen idee wat het beste is in het leven: vechten of gewoon ruzie vermijden. Wellicht maakt het niet uit. Uiteindelijk belanden we toch allemaal op de parking van de Decathlon of in de Colruyt.
I’m impressed. Het moet toch heerlijk zijn als ge van luchtgitaarspelen uw beroep kunt maken en heel de wereld kunt rondreizen in een spanbroek. En dat ge uzelf dan op youtube bezig ziet en fier kunt zijn op uw prestatie. En als de leerkracht van uw kind heeft geïnformeerd naar het beroep van papa, dat ge dan een rode opmerking in de klasagenda te lezen krijgt: “uw dochter heeft te veel fantasie”. Het moet toch heerlijk zijn.
Nog een filmpje van vorig jaar, omdat Günter Love het verdiend heeft:
Het moeten niet altijdvrouwen zijn die traantjes wegpinken bij muziek. Neenee, ook uw favoriete jongensvos laat zich wel eens beroeren. Serieus.
Een groep die bij mij niet veel verkeerd kan doen, is Wilco. Vroeger vond ik de band overroepen. Herrie. Totdat ik Kicking Television kocht en daar kippenvel bij kreeg. Meteen daarna heb ik de hele Wilco-collectie aangeschaft en begrepen dat de herrie er juist voor zorgt dat die parels parels zijn. Ofzoiets. Vorig jaar in de AB gezien en zwaar genoten. Wilco heerst. Check alles op youtube als ge mij niet gelooft. Dit is alvast eentje met Tweedy solo:
Mark Lanegan. Veel woorden moet ik er niet aan vuil maken: geweldige stem. Soulsavers was met de hakken over de sloot, maar bij zijn andere projecten scheert hij hoge toppen. Vooral de samenwerking met Isobel Campbell raakt mij. Nieuwe cd “Hawk” is trouwens opnieuw supergoed. Dit is eentje uit de oude doos:
I’m a sucker for Stax. Misschien wat melig, maar ik krijg het nog altijd warm bij een vleugje Otis Redding.
Jazz. Ik ben geen freak, en soms word ik er zenuwachtig van. Maar af en toe kan een scheet Stan Getz, John Coltrane of Thelonius Monk mij wel verwarmen. Eén van mijn favorieten is deze schitterende uitvoering van Autumn Leaves door Chet Baker en Paul Desmond:
Ik hoor u denken: doen de vrouwtjes niks tintelen bij u, spekmans? Toch wel! Nina Simone, Etta James, Ella Fitzgerald, Cesaria Evora. Al die oude dozen doen mijn hartje sneller slaan. En jonkvrouw Trixie Whitley, die ook. Mennekes toch, zo’n stem. Wereldklasse.
En niet te vergeten: Natalie Imbruglia met Torn. Muzikaal zegt het me niks, maar haar ogen op de hoesfoto. Jongens toch, haar ogen op de hoesfoto.
Binnen twee weken moet ik muziekskes spelen op Polé Polé en speciaal voor die spetterende gelegenheid zou ik graag iets tof doen met mijn gezichtsbeharing. Ik breinstorm even luidop.
Aan mijn wenkbrauwen wil ik niets veranderen, die zijn al cool genoeg. Ook met mijn kapsel heb ik geen wilde plannen, want mijn haar is nu al vrij kort (4,7 cm) en dan zijn de mogelijkheden beperkt. Maar alle ideeën en kappers zijn welkom. Als’t maar feestelijk is.
Verbouwingen en kleine kindjes zijn vermoeiend. En ook een lastige combinatie zo blijkt.
We hebben al een schoon verleden als doe-het-zelvers. De voorbije twee jaar is de living, de keuken en een slaapkamer vernieuwd. Uitzicht op kale baksteen, het went. Na de geboorte van onze dochter hebben we niet veel meer gedaan, wegens slaapgebrek. Er ligt een nieuw dak op ons huis, maar behalve betalen moesten we daar niet veel voor doen.
Nu zijn we onze badkamer aan’t vernieuwen en we dachten: Kom jong, we doen zo veel mogelijk zelf om kosten te besparen. Gelijk vroeger: in’t weekend wat werken, en ’s avonds na de uren. Met een strakke planning is dat zo voorbij. Maar zo werkt dat niet meer met kleine kindjes. Blijkbaar. Als kleine kindjes slapen, kunt ge bijvoorbeeld moeilijk met de slijpschijf beginnen werken. Of gaten boren. Of timmeren. Of met een trapladder sukkelen. En a ja, kleine kindjes slapen vanaf acht uur ’s avonds en twee keer overdag. Lap. Dag strakke planning. En dan zwijgen we over verblijven in’t ziekenhuis, repetities, optredens en weekendjes weg. Wij gaan al twee maanden op een werf in bad.
Het werktempo is daarom sinds twee weken flink opgeschroefd want we zijn het onderhand beu. Ons schema ziet er als volgt uit: na’t eten steekt dR!En de dochter in bad en begin ik op de werf aan een hoog tempo lawaai te maken en als ons klein meiske in bed ligt, dan werk ik stilletjes verder tot een uur of tien. Daarna is er nog juist tijd voor één pintje van de nachtwinkel, drie grabbels chips en een snelle blik op de rss-feeds voor ik aan de -nog steeds onderbroken, jawel – nacht kan beginnen. Hoempf.
De mens is muug, maar onze nieuwe badkamer wordt kei fak. Echt de waarheid. Ge moogt allemaal eens komen douchen.
En ze hebben een nieuwe plaat. Op djoebdjoeb staan een paar live-nummers en kijk, nu zien ze er uit als échte mannen. Bij één Hanszoon groeit er zelfs iets op zijn kin. Een sik, denk ik.
Ik vind het een heel mooi nummer. Goede samenzang en al. En ik ben niet de enige die helemaal wild wordt van de jongens. Deze week nog werd een gratis concert van Hanson en rapper Drake afgeblazen omdat er te veel mensen waren komen opdagen. Wellicht wilden de fans nog één keer uit volle borst Mmmbob meezingen, want dat blijft een dijk van een poplied.
Let op de coole hoofdbeweging in’t begin van het nummer als Taylor hooooow zingt. Classic.