Volgens Wikipedia danst John Belushi de Hully Gully in the Blues Brothers, helaas zonder Josefien. Ook de wereldhit “Wooly Bully” zou oorspronkelijk Hully Gully geheten hebben. Nu was ik toch benieuwd hoe die dans eruit ziet. Zo dus:
Wie deze vlotte swinger onder de knie wil krijgen, koopt best een hele grote vlag en volgt dan de basisstapjes in dit line-dancefilmpje.
Vrouwen boven de 30 zijn erg fascinerend. Uren kunnen ze praten over nagellak, extensions, weight watchen, powerplate of Debby Pfaff. De dingen des levens. Mooi om zulks van op een afstand te bestuderen.
Maar als ze meezingen met Mark Ronson – Amy Winehouse en dat klinkt als ‘Calorie’ in plaats van als ‘Valerie’, dan frons ik mijn wenkbrauwen.
En als ik mijn wenkbrauwen frons, dan is het hek van de dam.
Mirthe stelt vragen over het chocobeleid van haar lezers. Mijn suggestie was ‘choconfikaas‘, een recept voor waaghalzen.
En dan krijg ik dit mailtje:
Vos,
Ik sta voor veel open, maar deze combinatie doe ik gaan tweede keer. Burps.
Pardon.
Waarschijnlijk is die durfal een beetje nonchalant geweest met de kaaskeuze. Ik zie geen andere oorzaak. Hopelijk overleeft hij het.
Ter verduidelijking: het moet jonge kaas zijn. Ik herhaal: jong.
Geen jong belegen kaas! Gewoon jong is oud genoeg.
Belangrijk. Opschrijven. Onthouden.
In een band spelen is vet. Niks is beter dan de honderden groupies, kilo’s drugs, liters drank en jutten zakken vol geld die na elk optreden klaarstaan.
Maar er zijn dus ook minder leuke kantjes. Organisatoren zijn bijvoorbeeld steeds bijzonder creatief met de backstage. Een kolenkot, een blokhut (for real), de doucheruimte van een fitnesscentrum; ik schrik nergens meer van.
Gisteren bijvoorbeeld in een schitterende tent gespeeld (zie foto) met een spetterend rommelkot als backstage (zie ook foto). Slijpschijven, verstekzagen, haakse slijpers, rioolbuizen; het was er allemaal.
Prachtig en oncomfortabel. En jammer.
Ook technisch loopt er wel eens wat mis. Fluitende micro’s, rammelend string-reverb, snaren die breken, gordijnen die in brand vliegen; ik schrik nergens meer van.
Gisteren bijvoorbeeld in een schitterende tent gespeeld (zie foto dus) waar de elektriciteit zeven keer is uitgevallen tijdens het optreden. Sfeervol en oncomfortabel. En jammer.
Maar het kan steeds erger. Gejost worden door de manager bijvoorbeeld. The Turtles, still happy together, weten er alles van:
Booker P, we’ll be watching you!
Morgen alweer muzikaal plezier. Hopelijk valt de backstage wat mee.
Ik hoop op een blokhut.
Stiekem hoopte ik dat bij kapperszaken een binnenkomend oerwoudkapsel schering en inslag is. Niet dus, zo blijkt uit de reactie van mijn kapper:
Hoe begin je aan zoiets?
Na een dik half uur Edward Scissorhands-gedoe met scheermesjes, heeft die lieve kapper mijn mooie lange zachtjes krullende bruine lokken omgetoverd in een spuuglelijke ongeïnspireerde haartooi waar zelfs malafide vogels hun dode kuikens niet in willen dumpen. Bah.
- En wil je er nog wat ‘product’ in?
- Neen! Vuilak! Ik zeg neen! Gatverdamme!
- Nog even de bakkebaarden symmetrisch maken dan?
- Van mijn fasjen blijft ge af. Deem. Die zijn per-fect symmetrisch.
Het was geen leuke ochtend.
Maar ik zie er wel mooi en proper en netjes en braaf uit nu.
Kan je misschien wat meer informatie doorsturen van wat er percies gedaan moet worden?
Percies. En ik smelt. Ik lees dat graag, zo’n sappige woorden. Dat voelt aan als thuiskomen. Mijn antwoord was dan ook ‘navenant’:
Ik hem da pertang toch all’mal gezej? Da is godverdoeme altij ‘t zelfde mè ij. Nei hem ik d’r ok genen tijd m’r veur ze. Kem just is op m’n leuzie gezien, en ik moet nog n’r Jef Spek veur heps te hale. En nog n’r den braauwer. En n’r de Sus van over os okkal. Om n’r z’n keujen te zien. Allee, attem towas is.
Jammer dat ik geen reactie krijg. Effenaf spijtig.