Vorige week kwam ik Tante Annie en Uw Moeder tegen in een piepkleine circustent met rode fluwelen gordijnen. Zij waren erg aardig en genoten -net zoals dR!En en ik- van de show. Zo was er een baby-olifant die door een brandende hoepel moest springen – misschien wel een verwijzing naar de nakende geboorte van ons kind. De circusdirecteur leek op Django Reinhardt en klapte met een zweep naar tijgers. Op het einde van de show mocht Tante Annie ook een kunstje doen. Ze goochelde met een konijn en speelkaarten. Er was ook iets met een hark, maar toen werd ik wakker. Heel vreemd allemaal. Ik weet niet eens hoe Tante Annie er in’t echt uit ziet.
Deze week ging ik met Bobby (van World of Bobby) een gitaar kopen in de Beatshop in Antwerpen. Een bloedmooie sunburst Fender Jaguar uit 1962 met serienummer 4. Het ding kostte 630 Belgische frank, wat niet veel was voor de tijd van het jaar. Bobby en ik speelden samen in een rockband waarmee we op toernee waren in Vlaanderen: “He-Man and Blacky” . Die avond moesten we spelen in jeugdhuis De Wolf in Kruishoutem. Het was een erg zweterige zaal die stonk naar sigaretten en bier, en er hingen schilderijen van Dali aan de muur. Ze hingen scheef, maar dat mocht wel. We speelden een retestrakke set en in één van de nummers zong ik: “shake your booty, clap your hands” en dan nog iets. Toptekst. Jeugdhuis De Wolf bestaat niet en ik weet ook niet hoe Bobby er in’t echt uit ziet.
Vannacht droomde ik dat twee van mijn collega’s een cursus “broodje omelet-spek” gingen volgen, en ik was hun taxichauffeur. Met mijn gele Subaru E12, zette ik de collega’s af bij een grote loods die ook dienst deed als strijkatelier. Er waren meer dan 100 deelnemers aanwezig, die allemaal persoonlijk begroet werden door de lesgever van dienst: Gène Bervoets. Het was een erg kille bedoening. Gène leek ziek en slap onder het TL-licht. Zelfs zijn kabeltrui kon de zaal niet opfleuren. Na afloop van de cursus kreeg iedereen een diploma en een broodje omelet-spek mee naar huis. Omdat ik taxichauffeur was, mocht ik één van die broodjes opeten. Het was lekker.
Kijkt, het regent weer pijpenstelen. Den hemel is zo donker als roet en er vliegen bliksemschichten door de lucht. Vroeger dachten de mensen dat dat een straf van God was. Maar nu geloven de mensen niet meer in God, dus wiens schuld is het dan?
Ik zal u zeggen wiens: mijn.
Ooit las ik in een wetenschappelijk boek dat wie boos kijkt en zijn wenkbrauwen fronst alzo een onweer in de hand werkt. En nu denkt gijlie, da zal nogal meevallen bij die brave spekvriend. En inderdaad, dat valt nogal mee: meestal kijk ik erg vrolijk. Maar gijlie hebt mijn wenkbrauwen misschien nog niet goed bekeken. Zeggen ‘dat het meevalt’, is in mijn geval ongepast.
Ik kan u verzekeren: mijn wenkbrauwen zijn aanwezig; zowel bij blijdschap als bij boosheid. Maar bij de laatste gemoedstoestand lijken die oogrupsen exponentieel te groeien, als ware het de staart van een agressief dier. En dan kan je maar beter gaan lopen.
Heel soms kijk ik drie seconden erg kwaad. Zoals vandaag.
En dan dondert het dus. Sorry.
Misschien was de vorige eigenaar van ons huis een duivenmelker. Of een duiventemmer. Of een goochelaar. Maar wij niet.
Misschien vond die kerel het wél leuk dat die beesten binnenvliegen langs elk raam dat openstaat. Misschien nodigde hij die beesten uit en riep hij: “Hier moet je zijn! Vlieg maar snel binnen vrienden! Voor de gezelligheid!”. Of het nu een zolderraam is, of een slaapkamerraam, of een raam in de gang dat maakt op zo’n moment niet uit voor een binnenvliegende duif. Een raam is een raam, en gezelligheid is troef.
Misschien strooide onze voorganger broodkruimels in zijn huis om duiven te lokken, te vangen, de nek om te wringen en er soep van te maken. Lekker en goedkoop. Misschien lokte hij op dezelfde manier die beesten naar de dakgoten zodat zijn huis beschermd werd door een vliegende brigade. De luftwaffe. Die dakgootduiven kunnen in elk geval goed mikken. Echte scherpschutters. Misschien vond de vorige eigenaar het erg prettig dat heel zijn koer vol kak lag. En vol nesten. En vol eieren. Misschien maakte die er wel omeletten van. Met tuinkers. En prei.
Maar wij niet. Ik lust niet eens prei. En als ze nog één keer in mijn huis vliegen, koop ik een bloeddorstige poes. Of een pijl en boog.
Vlieg op, vieze fladdervogels.
Over sloddervossen
alles op een hoopje.
Sloddervossen.be is de uitlaatklep van spekvriend en dR!En. Lees meer...