It’s a girl! Zondagavond heeft mijn bevallige vrouw een kind op de wereld gezet. dR!En en ik stellen u met grote trots voor: Jitse Van Sloddervos.

Het kind stelt het goed. De moeder ook. De vader ook. We stellen het dus allemaal goed.
ps: @ Uw Moeder, ‘t is toeval hoor. En volgens Kind en Gezin is de verdeling 50/50.
“Het frietkot is het gezicht van België”, staat in alle boekskes. Ge moet het niet geloven. Als’t in de boekskes staat, is’t altijd verzonnen. Ik haal mijn zak patat al lang niet meer bij Frituur Miranda, Gust of Danny met hun ranzige curryworsten, slappe samuraisaus en vettige ramen. Mijn frieten komen van bij Cheng en Miao van Frituur Peking.
Cheng en Miao bakken volgens de Oosterse traditie: goudgeel en met een laag vetgehalte. Zoals het hoort dus. Licht verteerbaar en knapperig snelvoedsel; de perfectie nabij. Hun bakwijze van curryworsten tart alle verbeelding en daar kan elke friturist wat van leren. Alleen de kaaskroketten van Frituur Peking kunnen krokanter, maar dat zien we door de vingers. Een kaaskroket wordt wel vaker onderschat.
Mooi om te zien hoe Cheng en Miao vliegensvlug hun bakjes friet inpakken. Als ware het een stijloefening, of een origamiwedstrijd. Eerst enkele horizontale handbewegingen, dan enkele verticale en diagonale vouwlijnen, om te eindigen met de twee handen loodrecht op de tafel en daartussen de bakjes friet. “Neejen eujo dejti astublie”, rond ik dan met veel graagte af naar boven. Voor het spektakel.
Eat that Miranda, Danny en Gust.
Vanaf nu wordt het ernstig: ik heb daarjuist … de strijk gedaan!
Mensen die mij kennen weten dat dit hoogst vreemd is, want strijken druist zwaar in tegen mijn principes. In dit huis wordt NIET gestreken!
Als je enkele fakke, simpele truukjes kent, besef je namelijk dat het vreselijk tijdverspillend is en absoluut overbodig. Alleen hemden, die repasseert spekvriend netjes voor zichzelf.
Maar goed. Daarnet stond ik hier. Met plank en ijzer.
En mijn besluit?
Strijken is k u t. The gear kan terug worden opgeborgen voor het komende jaar, misschien doe ik dan nog eens een poging. Zwaar onder invloed van hormonen weliswaar.
Lefever, gij schavuit. Dat hadt ge nu toch niet moeten doen, mij omtoveren tot stripheld.
(klikken om te vergroten)

Straks krijg ik nog grootheidswaanzin. Dan koop ik een hond die Pekkie heet, dan knutsel ik een teletijdsmachine, dan bouw ik een auto die rijdt op gras en dan noem ik mijn kinderen Constantinopel en Fanny en na 100 avonturen wil ik mijn eigen musical. En daar knelt het schoentje: ik kan helemaal niet zingen.
Gaat gij mij dan vervangen op het podium? Ik denk het niet.
Dat zou opvallen.
Heeft er iemand het telefoonnummer van Jelle Cleymans?
Bij hoge nood aan ambiance zijn alle middelen toegestaan om iedereen aan het dansen te krijgen: whisky bij het bier, zout op de dansvloer en lichtgevende vloertegels. Dat werkt echt. Nieuwer en minstens even efficiënt is het systematisch versnellen van de muziek op feesten. Alles allegro vivace.
Dj’s die gebruik maken van deze slinkse techniek zijn kapoenen. Met de vinger aan de pitchknop weten ze menig dansmens te misleiden. Want YMCA tegen 160 bpm is da bomb. Zowel voor het oor, als voor het bovenlijf. Om van de vogeltjesdans en de hucklebuck nog maar te zwijgen. En Koen Wouters over zijn toeren, klinkt als een smurf. Ambiance verzekerd.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Jammer van mijn spataders, anders stond ik nu nog op de dansvloer.