Kerstavond 1989 zal ik niet snel vergeten. Met heel de familie zaten we gezellig rond de haard en zongen we uit volle borst kerstliedjes, toen plots de deurbel ging.

Ding dong.
Het was 1989, weet je wel.

Iedereen keek stomverbaasd. “Verwacht jij nog iemand?”, vroeg ik aan papa. Dat bleek niet zo te zijn. Snel keken we of heel de familie wel in de huiskamer zat. Waar zit Stijn? Hier! Waar zit Marieke? Hier! Waar zit Pieter? Hier! Waar zit Thomas? Hier! Waar zit Spekvriend? Hier! Waar zit ons Shaunikaë? Hier!
We waren er allemaal.

Papa zette zijn mok warme chocomelk opzij en ging naar de voordeur. “Wie is het, pap?”, riep Shaunikaë. Lijkbleek kwam papa de huiskamer weer binnen, gevolgd door niemand minder dan de Kerstman zelf. Hemeltjelief, de Kerstman zelf. Eerst wilde ik het niet geloven, want in het dorp waar ik woonde, dwaalden wel vaker gekke mensen rond als het donker was. Na een eenvoudige test met de baard, het haardvuur en een blaasbalg bleek er geen twijfel mogelijk: het was de echte.

In zijn dolle rit rond de wereld was de brave man uitgerekend voor ons huis in de gracht gereden met zijn slee. Hoogstwaarschijnlijk had de Kerstman een glaasje te veel op en reed hij te snel, maar we zwegen. Toekomstgericht denken, had papa ooit gezegd. De Kerstman zelf was ongeschonden uit de gracht gekomen, maar Rudolf, het arme dier, had bij het ongeval zijn poot gebroken en kon de tocht niet meer verder zetten. Een ramp, dat spreekt voor zich. De Kerstman was overstuur en huilde tranen met tuiten. “Wat moet ik nu doen?”, snikte hij.

In het Land van Verdriet, was de Kerstman koning.

Behulpzaam als ik ben, haalde ik Rudolf uit de gracht en spalkte zijn poot. Mama maakte een lekkere kop chocomelk voor de Kerstman en de rest van de familie hield zich ondertussen vooral bezig met de slee. Eén voor allen en allen voor één. De materiële schade viel nogal mee: de cardanas had het begeven en er zat sneeuw in de roetfilter, maar gelukkig had Shaunikaë een workshop vervoersmechaniek gevolgd op school. In een wip was de slee hersteld.

Omdat Rudolf defect was en heel de wereld op pakjes zat te wachten, stelde papa voor om onze hond Pukkie te wisselen tegen het rendier. Het was een windhond, dus dat kwam goed uit. Pukkie vond het ook prima en blafte luid. Zelden in mijn leven heb ik zo’n blije Kerstman gezien.

Als blijk van dank kreeg iedereen een pakje. Ik koos voor de cd Hitbox 1989. Daarop stond bijvoorbeeld Pump Up the Jam van Technotronic en Bring Me Edelweiss van Edelweiss. Omdat de Kerstman in een vrijgevige bui was, gaf hij me ook een single van Brenda Lee: Rockin’ Around the Christmas Tree.

Nu zijn we bijna 20 jaar later en durf ik toegeven dat Hitbox 1989 niet de beste keuze aller tijden was. Bovendien mis ik mijn hond, want hoewel we Rudolf hebben opgestuurd naar Lapland, hebben we Pukkie nooit meer terug gezien. Nochtans was het mijn lievelingsdier. Eigenlijk is de enige goeie herinnering die ik overhoud aan deze historie de single van Brenda Lee.

Het is nooit te laat voor een nieuwe hond, Kerstman.

4 reacties op “Het is nooit te laat voor een hond, Kerstman.”

  1. deftige dame marieon 26 Nov 2009 at 9:58

    Als dit waar is……Al twintig jaar vertel ik mijn zoon dat hij teveel fantasie heeft, sinds hij op kerstavond 1989 uitriep: “Mama mama, ik heb de kerstman zien voorbijvliegen met een hond voor zijn slee”

  2. Sid Frisjeson 26 Nov 2009 at 11:38

    Zeker dat het niet die bebaarde kerel met zijn rode jas van asiel Veeweyde was die middels een ‘cunning plan’ dieren aan het ronselen was?

  3. Auricon 26 Nov 2009 at 14:01

    Kerstman… Kerstman…
    En de Sint dan?
    tedoeme.

  4. spekvriendon 26 Nov 2009 at 18:57

    @deftige dame marie: het is écht gebeurd. Zowaar ik Spekvriend heet!
    @Sid Frisjes: heeft die ook een slee?
    @Auric: De Sint vind ik ook heel tof hoor. Maar met dit verhaal maak ik kans om een PayPal cheque te winnen met de wedstrijd van http://twitter.com/Koopjesfanaat .

Trackback URI | Comments RSS

Reageer