Stel je voor dat je voor de allereerste keer bij een bakker in de buurt binnengaat en je bestelt daar een gesneden tijgerbrood. De bakker snijdt het brood, zet het terug in de toonbank en vraagt opnieuw wat het mag zijn.
Enigszins verbaasd herhaal je jouw bestelling, waarop de bakker zegt: “dat treft, ik heb net een tijgerbrood gesneden!”. Hij blijft daarop stokstijf staan en vraagt na een minuut stilte of het brood gesneden moet zijn of niet. Je probeert de arme man uit te leggen dat hij het brood enkel nog in een zakje moet steken en moet overhandigen. Maar het loopt opnieuw mis. De bakker beweert dat hij geen gesneden tijgerbrood kan terugvinden in zijn winkel, dus dat je beter een nieuw kan bestellen. Dus je herhaalt: “een tijgerbrood, gesneden alstublieft”. Hij neemt een brood, snijdt het, en zet het terug in de toonbank.
In zo’n situatie zou ik bij een andere bakker een Samsonbrood gaan kopen.
Vervang nu bakker door Scarlet en gesneden tijgerbrood door nieuw internetabonnement, en je hebt min of meer de absurde situatie die wij voor hebben. Nooit geweten dat van provider veranderen zo’n klucht kon zijn. Kort gezegd: als het internet van Scarlet even gebrekkig is als hun dossieropvolging, interne communicatie en planning van de installatie, dan wil ik bij nader inzien toch geen klant worden.
(voor de volledigheid het Scarlet-verhaal hieronder)
Lees verder »
Ah ja, onze dochter had een vakantielief in Italië.

Officieel heette hij David, maar wij mochten hem Deef noemen. Een harde werker, altijd in de weer in de tuin. Hij zag er ook erg betrouwbaar en wijs uit, door die baard waarschijnlijk. Niet erg spraakzaam, maar dat hoeft ook niet. Toffe kerel.
Italië. Het land van de pasta waar bij valavond naast de glazen vino bianco massa’s aperitiefhapjes op tafel staan. Grazie! Daar waar pancetta en andere vleesjes beter smaken dan eender waar op aarde. Zacht. Op twaalf dagen ben ik zonder schaamte verslaafd geraakt aan Italiaanse varkens, kalveren en lammetjes. Ook aan mozerella en andere kazen. Bijna maniakaal. Lap, ben hier weer aan’t watertanden.
Italië. Het land waar Fiat Panda’s rakelings langs vrachtwagens razen op een smalle bergpas en daarmee anderstalige tegenliggers schrik aanjagen. Niks voor angsthazen aldaar. Nee, laat ons liever wat wandelen in een stadje of ontspannen in en aan het zwembad. De handdoek op een strand van gras naast de villa. En af en toe een namiddagslaapje, want papa’s en mama’s moeten ook op vakantie vroeg opstaan.’s Avonds dus vaker een boek en een glas water, dan braspartijen met sterke drank en nachtelijke escapades. Braaf.
Italië. Het land waar – op een paar aartslelijke draken na- niet te versmaden dames met lange zwarte haren alle mannenharten sneller doen slaan. Buonasera. Gracieus glimlachend naar aanbidders die niet weten wat daarmee aan te vangen. Nog eenmaal nastaren, naar adem happen en verdergaan dan maar. Ciao.
Het was aangenaam in Italië. En warm. En voor herhaling vatbaar.
Arrivederci!
Dat het ver gekomen is ja, nu ik zo ongeveer al mijn gedachten formuleer als zijnde statusupdates.
Sinds Facebook mijn leven binnen is geslopen, ben ik ten prooi gevallen aan een wel zeer opmerkelijk fenomeen. Bijna alles wat ik denk of meemaak flitst namelijk ogenblikkelijk door mijn hoofd als een mogelijke “Wat ben ik aan het doen” die ik met mijn vriendenboek zou kunnen delen.
Dat gaat van poetsen tot werken tot eten tot koken tot spelen-met-dochter tot …. het oneindige. In mijn hoofd gaat het zo:”dR!En heeft het vlees te lang laten bakken” of “dR!En en Jitse hebben dolle pret.” of “dR!En verveelt zich stierlijk.” of “dR!En zou wel eens willen dat gij uw bakkes houdt” of … tot in het oneindige dus.
Gelukkig kan ik mij meestal inhouden en verschijnt er slechts een fractie van deze zeer oninteressante en hoogst onnuttige updates op mijn profiel. Statussen als “dR!En heeft weer een lekkere drol gedraaid.”, zal u dus gelukkig nooit op het internet weten verschijnen.
Ik maak me soms een beetje zorgen over deze vreemde evolutie in mijn hoofd. En ik vraag me vooral af of ik de enige ben, zo? Nee he?
Allej vooruit. Ik zit op dat Pingding van Apple. Al welgeteld 30 minuten. Ondertussen is iTunes al drie keer kapot gegaan en mijn cursor verandert regelmatig in een spinnend cd’ke. (Hoe ironisch.) Maar! Het is me gelukt.
Als ge mij wilt vinden, dan moet ge zoeken op mijn echte naam. Maar die kent ge niet. En de zoekbalk zoekt niet in de profielbeschrijving. Dus met “spekvriend” of “sloddervossen” in te tikken, zult ge niet ver geraken. En uw adresboek uploaden kan niet, dus daar gaat ge mij ook niet mee vinden. Mijn account is als het ware verstopt. Woe-hoe-hoew. Spanning verzekerd.
Weet ge wat ik wel een beetje flauw vind? Ping werkt vanuit de Apple Store. Da’s nogal een commercieel uitgangspunt voor social media he. Mij lijkt het logischer dat ge vertrekt vanuit de bibliotheek en dat ge vandaar doorklikt naar Ping of naar de Store. Maar ja, think different en al.
Misschien mis ik de clue helemaal. Misschien is het echt baanbrekend en zie ik het niet. Misschien ben ik traag van begrip. Een jongen die af en toe een schouderklop en wat extra hulp nodig heeft met al die nieuwe techninonologie. Misschien ook niet.
Voorlopig nog geen grote fan van Ping dus, maar het ding bestaat nog maar een dag en ik ben al van half zes wakker. Dat kan er ook mee te maken hebben. Na Italië geef ik het een tweede kans.
Goh. Quinn Radiators heeft mij blij gemaakt.
Bij de afbraak van onze badkamer zijn enkele muurhouders van onze handdoekradiator kwijt geraakt. Na een vruchteloze zoektocht bij de plaatselijke groothandel en bij de loodgieter, stuur ik een mailtje naar de fabrikant met de vraag waar ik nieuwe bevestigingsconsoles kan kopen.
Dit is het antwoord:
U kan deze muurbevestigingen gewoon via ons bestellen.
Maar aangezien zulke zaken nu eenmaal kunnen gebeuren, zal ik ze per post kosteloos versturen.
Betreft het een witte Sevilla of een chromé?
Awel, ik vind dat sympathiek. Heel sympathiek. Ze verdienen daar niks mee, met gratis muurhouders op te sturen, maar het bespaart mij een hoop last. Deze klant is tevreden.
Wij hebben nog twee zolderkamers te verbouwen en de radiatoren die ik daar ga hangen, zullen er van Quinn zijn. En dat allemaal dankzij een paar gratis muurhouders. Is dat niet lief?
Nog drie nachten slapen. Nog twee dagen werken. Nog één zaterdag. En dan vliegen wij naar Italië voor twee weken.
Ge moest eens weten hoe hard ik daar naar uit kijk.
Neen, ik ben geen ruziemaker. Geen tandjesplukker en geen vechtersbaas. Ik ben een gezapig onderhandelaar. Zo iemand die zegt: “kom, kom, kom”.
Zo was er ooit op school een pestkop die ruzie zocht met mij en met mijn vrienden. Met heel de wereld eigenlijk. Geen idee waarom. Misschien omdat we hem steeds ‘De Kakkebroek’ noemden. Hij had nogal een vreemde manier van stappen. Af en toe kwam hij naar ons en dan brulde hij: “veur elke moat da gij meepakt, pak kik er tien meej!”. En dan zei ik: “Kom, kom, kom. Stel nu dat ik zes miljard maten heb, wat gaat ge dan doen?”. En dan wist hij niet wat zeggen, want De Kakkebroek was niet zo slim en rekenen vond ie stom.
Zo was er ook ooit een johnny die na school met een opgefokte camino rondsjeesde. De vrienden en ik stonden wel eens op zijn parcours. In de weg, vond hij. De spanningen liepen hoog op en één keer kwam het bijna tot een handgemeen waarbij de Caminoheld iemand uitschold als ‘vuile paljas’. Omdat ‘paljas’ nogal een debiel scheldwoord is -en hij dat zelf misschien wel besefte- besloten we na subtiele bemiddeling (“kom, kom, kom”) de strijdbijl te begraven. De Caminoheld werd later geluidsman van een wereldberoemde popgroep uit Turnhout. Ik zal zijn moppen over XLR-jacks en woofers van 10000 watt nooit vergeten.
Vorig weekend heb ik De Kakkebroek terug gezien op de parking van de Decathlon. Hij zag er goed uit. Gezonde blos op de wangen. De benen licht gespreid. Splinternieuwe pet op zijn hoofd. Een kind op zijn arm. Naast hem liepen zijn vrouw en enkele vrienden. Just in case. Ook de Caminoheld heb ik onlangs terug gezien in de Colruyt. Met een doos Frosties en een pak Ardeense hesp. Hij zag er gelukkig uit.
Geen idee wat het beste is in het leven: vechten of gewoon ruzie vermijden. Wellicht maakt het niet uit. Uiteindelijk belanden we toch allemaal op de parking van de Decathlon of in de Colruyt.