archief voor de 'dierenrijk' categorie

spekvriend

Bumba en spekvriend zijn dikke vrienden.

De laatste tijd ben ik mij in Bumba aan het verdiepen want de dochter is er wild van. En als de dochter er wild van is, dan ik ook. Daarom heb ik getracht het geheim van Die Kleine Clown te ontsluieren en ik kwam tot het besluit dat Bumba niet alleen de harten van de kinderen probeert te veroveren maar ook gretig naar de aandacht van papa en mama graait. De heurzak. Een paar voorbeelden:

Dat lachske. Zoooo jaren ‘90 en dus herkenbaar voor papa en mama! Luister:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

De makers van Bumba drinken ook al eens graag een pintje, net als de meeste papa’s. En dan beginnen we heel hard te roepen van blijdschap. Luister eens naar deze live-versie van het Bumba-lied (begin op 1:32). Legendarisch gezongen. Zonder bier, geen plezier! Tenzij je Jannes heet en na Bumba mag optreden in een K3-show.

Zie ook de blitse danspasjes van de aap Poppa op 1:20 in onderstaande aflevering. Man, dàt zijn nog eens moves. Als dR!En en ik ooit nog eens op een fuif geraken, zullen we vet scoren met onze Momma-Poppa-stopdans.

Poppa, zou die genoemd zijn naar Popa Chubby? Ik weet zeker van wel.

Jaja, Bumba, ik vind u tof. Ge moogt blijven.

dR!En

kzweret maat

‘t Is weer van datte. Voor het derde jaar op rij, hebben wij last van 2 duiven die ons huis de uitverkoren plek vinden om hun nest in te bouwen.

De vorige jaren zijn we er in geslaagd ze buiten te houden, maar volhouders dat ze zijn maakten ze dan maar een nest op ons plat dak. Dus fladderen die ratten hier af en aan, schijten heel onze koer onder, strooien hun vuile veren hier in het rond, roekoeën aan ons slaapkamerraam en vooral: laten zich met geen stokken verjagen. En koekestoem dat die beesten voor de rest zijn: hun nest knutselden ze gewoon midden op ons dak, totaal onbeschut. Dus als dat hier regent dat het giet, zit daar één van die krengen zeiknat te bibberen op een hoop takjes met een ei of twee erin. Na verloop van tijd is dat beest het beu en als de partner plots niet meer wil overnemen (ah nee, zo stoem is dat beest dan ook weer niet) dan is ‘t ambras en moeten de eieren eraan geloven.

Meestal maken ze het één keer terug goed en proberen ze met een tweede nest: zelfde scenario als hierboven. Maar definitief scheiden, nee, ‘t is ware liefde, “volgend jaar proberen we nog eens he schatje”. Zo gaat dat bij die duiven van ons.

Dit jaar zijn ze er dus weer, ons huis wordt al wéken beloerd. En dit jaar nemen ze geen genoegen met het plat dak, zo blijkt. Soms vergeten wij een raam te sluiten waarvoor nog geen gaas gespannen is en dan zitten ze nog geen 10 minuten later eieren te bevruchten in onze zolderkamer. Vetzakken seg.

Deze dierenvriend is het beu, méér dan beu. Dit jaar gaan ze eraan, ik zweer het. Volgende week zitten hier twee duiven bij t vuilnis.

spekvriend

Vriendjes met Jean-Marie.

Hoi Jean-Marie,

ik wil je maar gewoon effe laten weten dat ik je allergrootste fan ben. Altijd al geweest. Als kind droomde ik ervan om keeper te worden en blonde krullen te hebben. Dat is helaas mislukt. Niet iedereen kan succesvol zijn in het leven.

Gelukkig heb ik een tijdje terug de eer gehad om je te ontmoeten. Dat was erg leuk, vond je ook niet? Samen gezellig met onze hondjes ravotten! De foto die Debby toen van ons gemaakt heeft, staat hier te pronken in de huiskamer. Kijk eens hoe liefdevol mijn hondje Blackie naar Angie gluurt. Vriendjes voor het leven, net als jij en ik!

Hopelijk tot gauw op tv of zo,
spekvriend

jeanmariepiet

(Omdat de echte Brieven aan de Pfaffs zo pijnlijk gemeend zijn.)

spekvriend

Mijn eigen zwerfvogel.

Niemand wilde geloven, toen ik jong en eenzaam was, dat ik mijn eigen zwerfvogel had. Petrus, zo had ik het dier genoemd.

Elke keer als ik alleen op mijn slaapkamer zat, landde Petrus op de vensterbank en tikte met zijn snavel tegen de ruit. “Kijk dan spekvriend! Kijk dan! Hier zit ik! Ik ben een vogel!”. Ik ken niks van vogels, maar het was er echt één. Het dier sprak de waarheid. Dus legde ik broodkorstjes op de vensterbank en elke dag kwam Petrus langs. Speciaal voor mij en de korsten.

Ik weet zeker dat E. ook een zwerfvogel had.

Kerstavond 1989 zal ik niet snel vergeten. Met heel de familie zaten we gezellig rond de haard en zongen we uit volle borst kerstliedjes, toen plots de deurbel ging.

Ding dong.
Het was 1989, weet je wel.

Iedereen keek stomverbaasd. “Verwacht jij nog iemand?”, vroeg ik aan papa. Dat bleek niet zo te zijn. Snel keken we of heel de familie wel in de huiskamer zat. Waar zit Stijn? Hier! Waar zit Marieke? Hier! Waar zit Pieter? Hier! Waar zit Thomas? Hier! Waar zit Spekvriend? Hier! Waar zit ons Shaunikaë? Hier!
We waren er allemaal.

Papa zette zijn mok warme chocomelk opzij en ging naar de voordeur. “Wie is het, pap?”, riep Shaunikaë. Lijkbleek kwam papa de huiskamer weer binnen, gevolgd door niemand minder dan de Kerstman zelf. Hemeltjelief, de Kerstman zelf. Eerst wilde ik het niet geloven, want in het dorp waar ik woonde, dwaalden wel vaker gekke mensen rond als het donker was. Na een eenvoudige test met de baard, het haardvuur en een blaasbalg bleek er geen twijfel mogelijk: het was de echte.

In zijn dolle rit rond de wereld was de brave man uitgerekend voor ons huis in de gracht gereden met zijn slee. Hoogstwaarschijnlijk had de Kerstman een glaasje te veel op en reed hij te snel, maar we zwegen. Toekomstgericht denken, had papa ooit gezegd. De Kerstman zelf was ongeschonden uit de gracht gekomen, maar Rudolf, het arme dier, had bij het ongeval zijn poot gebroken en kon de tocht niet meer verder zetten. Een ramp, dat spreekt voor zich. De Kerstman was overstuur en huilde tranen met tuiten. “Wat moet ik nu doen?”, snikte hij.

In het Land van Verdriet, was de Kerstman koning.

Behulpzaam als ik ben, haalde ik Rudolf uit de gracht en spalkte zijn poot. Mama maakte een lekkere kop chocomelk voor de Kerstman en de rest van de familie hield zich ondertussen vooral bezig met de slee. Eén voor allen en allen voor één. De materiële schade viel nogal mee: de cardanas had het begeven en er zat sneeuw in de roetfilter, maar gelukkig had Shaunikaë een workshop vervoersmechaniek gevolgd op school. In een wip was de slee hersteld.

Omdat Rudolf defect was en heel de wereld op pakjes zat te wachten, stelde papa voor om onze hond Pukkie te wisselen tegen het rendier. Het was een windhond, dus dat kwam goed uit. Pukkie vond het ook prima en blafte luid. Zelden in mijn leven heb ik zo’n blije Kerstman gezien.

Als blijk van dank kreeg iedereen een pakje. Ik koos voor de cd Hitbox 1989. Daarop stond bijvoorbeeld Pump Up the Jam van Technotronic en Bring Me Edelweiss van Edelweiss. Omdat de Kerstman in een vrijgevige bui was, gaf hij me ook een single van Brenda Lee: Rockin’ Around the Christmas Tree.

Nu zijn we bijna 20 jaar later en durf ik toegeven dat Hitbox 1989 niet de beste keuze aller tijden was. Bovendien mis ik mijn hond, want hoewel we Rudolf hebben opgestuurd naar Lapland, hebben we Pukkie nooit meer terug gezien. Nochtans was het mijn lievelingsdier. Eigenlijk is de enige goeie herinnering die ik overhoud aan deze historie de single van Brenda Lee.

Het is nooit te laat voor een nieuwe hond, Kerstman.

spekvriend

Lefever, gij schavuit.

Lefever, gij schavuit. Dat hadt ge nu toch niet moeten doen, mij omtoveren tot stripheld.

(klikken om te vergroten)
spekvriend

Straks krijg ik nog grootheidswaanzin. Dan koop ik een hond die Pekkie heet, dan knutsel ik een teletijdsmachine, dan bouw ik een auto die rijdt op gras en dan noem ik mijn kinderen Constantinopel en Fanny en na 100 avonturen wil ik mijn eigen musical. En daar knelt het schoentje: ik kan helemaal niet zingen.

Gaat gij mij dan vervangen op het podium? Ik denk het niet.
Dat zou opvallen.

Heeft er iemand het telefoonnummer van Jelle Cleymans?

spekvriend

Donderwolk.

Kijkt, het regent weer pijpenstelen. Den hemel is zo donker als roet en er vliegen bliksemschichten door de lucht. Vroeger dachten de mensen dat dat een straf van God was. Maar nu geloven de mensen niet meer in God, dus wiens schuld is het dan?

Ik zal u zeggen wiens: mijn.

Ooit las ik in een wetenschappelijk boek dat wie boos kijkt en zijn wenkbrauwen fronst alzo een onweer in de hand werkt. En nu denkt gijlie, da zal nogal meevallen bij die brave spekvriend. En inderdaad, dat valt nogal mee: meestal kijk ik erg vrolijk. Maar gijlie hebt mijn wenkbrauwen misschien nog niet goed bekeken. Zeggen ‘dat het meevalt’, is in mijn geval ongepast.

Ik kan u verzekeren: mijn wenkbrauwen zijn aanwezig; zowel bij blijdschap als bij boosheid. Maar bij de laatste gemoedstoestand lijken die oogrupsen exponentieel te groeien, als ware het de staart van een agressief dier. En dan kan je maar beter gaan lopen.

Heel soms kijk ik drie seconden erg kwaad. Zoals vandaag.
En dan dondert het dus. Sorry.

spekvriend

Voorwaar een vieze vogel, de duif.

Misschien was de vorige eigenaar van ons huis een duivenmelker. Of een duiventemmer. Of een goochelaar. Maar wij niet.

Misschien vond die kerel het wél leuk dat die beesten binnenvliegen langs elk raam dat openstaat. Misschien nodigde hij die beesten uit en riep hij: “Hier moet je zijn! Vlieg maar snel binnen vrienden! Voor de gezelligheid!”. Of het nu een zolderraam is, of een slaapkamerraam, of een raam in de gang dat maakt op zo’n moment niet uit voor een binnenvliegende duif. Een raam is een raam, en gezelligheid is troef.

Misschien strooide onze voorganger broodkruimels in zijn huis om duiven te lokken, te vangen, de nek om te wringen en er soep van te maken. Lekker en goedkoop. Misschien lokte hij op dezelfde manier die beesten naar de dakgoten zodat zijn huis beschermd werd door een vliegende brigade. De luftwaffe. Die dakgootduiven kunnen in elk geval goed mikken. Echte scherpschutters. Misschien vond de vorige eigenaar het erg prettig dat heel zijn koer vol kak lag. En vol nesten. En vol eieren. Misschien maakte die er wel omeletten van. Met tuinkers. En prei.

Maar wij niet. Ik lust niet eens prei. En als ze nog één keer in mijn huis vliegen, koop ik een bloeddorstige poes. Of een pijl en boog.

Vlieg op, vieze fladdervogels.

spekvriend

De kleur van mijn eieren.

Groen: wit
Blauw: melk
Paars: puur
Rood: melk met praliné
Fuchsia: melk met likeur
Goud: puur met likeur

Bestaan er eigenlijk Europese afspraken over de wikkelkleuren van paaseikes? Ik dacht van niet. Misschien toch eens werk van maken dan.

Het was verschrikkelijk, de personeelsuitstap naar het Griekse restaurant. Ondefinieerbaar ranzig voedsel en entertainment dat tien keer goedkoper was dan de eindafrekening. En toen ik vroeg welke vis er in de soep zat, gaf de ober mij geen bevredigend antwoord.

En ik eet nog zo graag garnalen.
Djutoch.

*kijkt boos, woest, verschillende gelaatsuitdrukkingen van boos en niet blij*

spekvriend

Wijlie doen van nestuitbreiding.

Amai, als ge na drie maanden zwijgplicht uw lippen kunt lossen, doet dat ferm deugd. Sloddervos dR!En en ik verwachten eind juli schoon volk in ons hol :

een klein voske

En wijlie fier.

Volgende »