Sep 24th, 2011
Senne is geboren!
U leest het goed: de sloddervossen hebben nu ook een zoon!
Een flinke baby van 52 cm en 3,925 kg. We stellen het allemaal reuzegoed!
U leest het goed: de sloddervossen hebben nu ook een zoon!
Een flinke baby van 52 cm en 3,925 kg. We stellen het allemaal reuzegoed!
Daarstraks kwam ik een vrouwke tegen op straat die mij aansprak omdat ze mijn dochter zo schattig vond. Na wat gekeuvel vroeg ze mij hoe oud ik dacht dat ze was…
Snel denkwerk in mijn hoofd: “grijs, beetje haar op de kin, wat rimpels, nogal marginaal dus waarschijnlijk al veel miserie meegemaakt en toont wellicht ouder dan ze is dan, …”:
50 schatte ik haar dan maar. We willen niet onbeleefd zijn natuurlijk.
En toen kreeg ik een schouderklopke en een zeer brede glimlach. 87 was het mens.
UNK.
‘t Is weer prijs. De vrouw gooit het bestek in de vuilnisbak, samen met de etensrestjes. Ze is verstrooid de laatste tijd. Verward. De man is aan’t verbouwen. Weeral. Een slaapkamer deze keer. Er heerst euforie en een lichte zenuwachtigheid. En vermoeidheid. Er worden foto’s gemaakt. Interne foto’s. Er wordt geluisterd met apparatuur naar snelle klopjes. De vrouw lust ineens geen curryworst meer. En zonder eten is ze mottig. September, da’s nog een half jaar. Ge weet hoe laat het is. Prijs.
Er komt een tweede kind aan. Spannend.
Dan zijt ge 28 jaar, in de fleur van uw leven, vitaal als een veulen en ineens schiet er iets in uwe nek. Tsjak, gedaan met klappen. Nek geblokkeerd; het verschot gelijk ze zeggen. Allemaal mijn eigen schuld.
Ik moest eens lachen toen de ergonoom twee jaar geleden mijn werkplek kwam evalueren. Het computerscherm moest recht voor mijn neus en de hoogte was niet goed en een laptop is geen goed idee en doe af en toe eens een wandelingske of draai eens een cirkeltje met uw hoofd en ontspan uw schouders. “Want ge gaat klachten krijgen manneke.” Mijn gedacht daarover was vooral: ergonomie is voor bejaarden. Niet geluisterd dus.
En nu zit ik hier, stokstijf, met een gedraaide wervel, een lidkaart van de osteopaat en een handvol spierontspanners en ontstekingsremmers.
Ergonomie is niet voor bejaarden. Knoop het in uw oren.
Stel je voor dat je voor de allereerste keer bij een bakker in de buurt binnengaat en je bestelt daar een gesneden tijgerbrood. De bakker snijdt het brood, zet het terug in de toonbank en vraagt opnieuw wat het mag zijn.
Enigszins verbaasd herhaal je jouw bestelling, waarop de bakker zegt: “dat treft, ik heb net een tijgerbrood gesneden!”. Hij blijft daarop stokstijf staan en vraagt na een minuut stilte of het brood gesneden moet zijn of niet. Je probeert de arme man uit te leggen dat hij het brood enkel nog in een zakje moet steken en moet overhandigen. Maar het loopt opnieuw mis. De bakker beweert dat hij geen gesneden tijgerbrood kan terugvinden in zijn winkel, dus dat je beter een nieuw kan bestellen. Dus je herhaalt: “een tijgerbrood, gesneden alstublieft”. Hij neemt een brood, snijdt het, en zet het terug in de toonbank.
In zo’n situatie zou ik bij een andere bakker een Samsonbrood gaan kopen.
Vervang nu bakker door Scarlet en gesneden tijgerbrood door nieuw internetabonnement, en je hebt min of meer de absurde situatie die wij voor hebben. Nooit geweten dat van provider veranderen zo’n klucht kon zijn. Kort gezegd: als het internet van Scarlet even gebrekkig is als hun dossieropvolging, interne communicatie en planning van de installatie, dan wil ik bij nader inzien toch geen klant worden.
(voor de volledigheid het Scarlet-verhaal hieronder)
Lees verder »
Italië. Het land van de pasta waar bij valavond naast de glazen vino bianco massa’s aperitiefhapjes op tafel staan. Grazie! Daar waar pancetta en andere vleesjes beter smaken dan eender waar op aarde. Zacht. Op twaalf dagen ben ik zonder schaamte verslaafd geraakt aan Italiaanse varkens, kalveren en lammetjes. Ook aan mozerella en andere kazen. Bijna maniakaal. Lap, ben hier weer aan’t watertanden.
Italië. Het land waar Fiat Panda’s rakelings langs vrachtwagens razen op een smalle bergpas en daarmee anderstalige tegenliggers schrik aanjagen. Niks voor angsthazen aldaar. Nee, laat ons liever wat wandelen in een stadje of ontspannen in en aan het zwembad. De handdoek op een strand van gras naast de villa. En af en toe een namiddagslaapje, want papa’s en mama’s moeten ook op vakantie vroeg opstaan.’s Avonds dus vaker een boek en een glas water, dan braspartijen met sterke drank en nachtelijke escapades. Braaf.
Italië. Het land waar – op een paar aartslelijke draken na- niet te versmaden dames met lange zwarte haren alle mannenharten sneller doen slaan. Buonasera. Gracieus glimlachend naar aanbidders die niet weten wat daarmee aan te vangen. Nog eenmaal nastaren, naar adem happen en verdergaan dan maar. Ciao.
Het was aangenaam in Italië. En warm. En voor herhaling vatbaar.
Arrivederci!
Dat het ver gekomen is ja, nu ik zo ongeveer al mijn gedachten formuleer als zijnde statusupdates.
Sinds Facebook mijn leven binnen is geslopen, ben ik ten prooi gevallen aan een wel zeer opmerkelijk fenomeen. Bijna alles wat ik denk of meemaak flitst namelijk ogenblikkelijk door mijn hoofd als een mogelijke “Wat ben ik aan het doen” die ik met mijn vriendenboek zou kunnen delen.
Dat gaat van poetsen tot werken tot eten tot koken tot spelen-met-dochter tot …. het oneindige. In mijn hoofd gaat het zo:”dR!En heeft het vlees te lang laten bakken” of “dR!En en Jitse hebben dolle pret.” of “dR!En verveelt zich stierlijk.” of “dR!En zou wel eens willen dat gij uw bakkes houdt” of … tot in het oneindige dus.
Gelukkig kan ik mij meestal inhouden en verschijnt er slechts een fractie van deze zeer oninteressante en hoogst onnuttige updates op mijn profiel. Statussen als “dR!En heeft weer een lekkere drol gedraaid.”, zal u dus gelukkig nooit op het internet weten verschijnen.
Ik maak me soms een beetje zorgen over deze vreemde evolutie in mijn hoofd. En ik vraag me vooral af of ik de enige ben, zo? Nee he?
Nog drie nachten slapen. Nog twee dagen werken. Nog één zaterdag. En dan vliegen wij naar Italië voor twee weken.
Ge moest eens weten hoe hard ik daar naar uit kijk.
Neen, ik ben geen ruziemaker. Geen tandjesplukker en geen vechtersbaas. Ik ben een gezapig onderhandelaar. Zo iemand die zegt: “kom, kom, kom”.
Zo was er ooit op school een pestkop die ruzie zocht met mij en met mijn vrienden. Met heel de wereld eigenlijk. Geen idee waarom. Misschien omdat we hem steeds ‘De Kakkebroek’ noemden. Hij had nogal een vreemde manier van stappen. Af en toe kwam hij naar ons en dan brulde hij: “veur elke moat da gij meepakt, pak kik er tien meej!”. En dan zei ik: “Kom, kom, kom. Stel nu dat ik zes miljard maten heb, wat gaat ge dan doen?”. En dan wist hij niet wat zeggen, want De Kakkebroek was niet zo slim en rekenen vond ie stom.
Zo was er ook ooit een johnny die na school met een opgefokte camino rondsjeesde. De vrienden en ik stonden wel eens op zijn parcours. In de weg, vond hij. De spanningen liepen hoog op en één keer kwam het bijna tot een handgemeen waarbij de Caminoheld iemand uitschold als ‘vuile paljas’. Omdat ‘paljas’ nogal een debiel scheldwoord is -en hij dat zelf misschien wel besefte- besloten we na subtiele bemiddeling (“kom, kom, kom”) de strijdbijl te begraven. De Caminoheld werd later geluidsman van een wereldberoemde popgroep uit Turnhout. Ik zal zijn moppen over XLR-jacks en woofers van 10000 watt nooit vergeten.
Vorig weekend heb ik De Kakkebroek terug gezien op de parking van de Decathlon. Hij zag er goed uit. Gezonde blos op de wangen. De benen licht gespreid. Splinternieuwe pet op zijn hoofd. Een kind op zijn arm. Naast hem liepen zijn vrouw en enkele vrienden. Just in case. Ook de Caminoheld heb ik onlangs terug gezien in de Colruyt. Met een doos Frosties en een pak Ardeense hesp. Hij zag er gelukkig uit.
Geen idee wat het beste is in het leven: vechten of gewoon ruzie vermijden. Wellicht maakt het niet uit. Uiteindelijk belanden we toch allemaal op de parking van de Decathlon of in de Colruyt.
Er zat een jongen tegenover mij in de tram met een pakje van de slager.
En een bloemkool naast zijn neus.
Dat wordt smullen vanavond.
Binnen twee weken moet ik muziekskes spelen op Polé Polé en speciaal voor die spetterende gelegenheid zou ik graag iets tof doen met mijn gezichtsbeharing. Ik breinstorm even luidop.
Funky bakkebaarden zouden tof zijn. Stijlvol zoals die van Usher of wat ruiger zoals Gaz van Supergrass. Of helemaal géén fasjen. Hahahaha, stel u voor. Qua bovenlipbeharing twijfel ik tussen een pornosnor, Lemmy-style, of een manouchesnor, zoals den Django. Een sik moet ik niet hebben, want dat vind ik hondslelijk. Behalve een splitsik (©spekvriend), maar dat is dan weer niet feestelijk genoeg, denk ik.
Aan mijn wenkbrauwen wil ik niets veranderen, die zijn al cool genoeg. Ook met mijn kapsel heb ik geen wilde plannen, want mijn haar is nu al vrij kort (4,7 cm) en dan zijn de mogelijkheden beperkt. Maar alle ideeën en kappers zijn welkom. Als’t maar feestelijk is.
Keuzes. Keuzes. Keuzes.