archief voor de 'lifelog' categorie

spekvriend

Vier dagen nog.

Nog drie nachten slapen. Nog twee dagen werken. Nog één zaterdag. En dan vliegen wij naar Italië voor twee weken.

Ge moest eens weten hoe hard ik daar naar uit kijk.

spekvriend

The walk of life.

Neen, ik ben geen ruziemaker. Geen tandjesplukker en geen vechtersbaas. Ik ben een gezapig onderhandelaar. Zo iemand die zegt: “kom, kom, kom”.

Zo was er ooit op school een pestkop die ruzie zocht met mij en met mijn vrienden. Met heel de wereld eigenlijk. Geen idee waarom. Misschien omdat we hem steeds ‘De Kakkebroek’ noemden. Hij had nogal een vreemde manier van stappen. Af en toe kwam hij naar ons en dan brulde hij: “veur elke moat da gij meepakt, pak kik er tien meej!”. En dan zei ik: “Kom, kom, kom. Stel nu dat ik zes miljard maten heb, wat gaat ge dan doen?”. En dan wist hij niet wat zeggen, want De Kakkebroek was niet zo slim en rekenen vond ie stom.

Zo was er ook ooit een johnny die na school met een opgefokte camino rondsjeesde. De vrienden en ik stonden wel eens op zijn parcours. In de weg, vond hij. De spanningen liepen hoog op en één keer kwam het bijna tot een handgemeen waarbij de Caminoheld iemand uitschold als ‘vuile paljas’. Omdat ‘paljas’ nogal een debiel scheldwoord is -en hij dat zelf misschien wel besefte- besloten we na subtiele bemiddeling (“kom, kom, kom”) de strijdbijl te begraven. De Caminoheld werd later geluidsman van een wereldberoemde popgroep uit Turnhout. Ik zal zijn moppen over XLR-jacks en woofers van 10000 watt nooit vergeten.

Vorig weekend heb ik De Kakkebroek terug gezien op de parking van de Decathlon. Hij zag er goed uit. Gezonde blos op de wangen. De benen licht gespreid. Splinternieuwe pet op zijn hoofd. Een kind op zijn arm. Naast hem liepen zijn vrouw en enkele vrienden. Just in case. Ook de Caminoheld heb ik onlangs terug gezien in de Colruyt. Met een doos Frosties en een pak Ardeense hesp. Hij zag er gelukkig uit.

Geen idee wat het beste is in het leven: vechten of gewoon ruzie vermijden. Wellicht maakt het niet uit. Uiteindelijk belanden we toch allemaal op de parking van de Decathlon of in de Colruyt.

spekvriend

Lekker tussendoortje.

Er zat een jongen tegenover mij in de tram met een pakje van de slager.
En een bloemkool naast zijn neus.

Dat wordt smullen vanavond.

spekvriend

Gezocht: feestelijke gezichtsbeharing.

Binnen twee weken moet ik muziekskes spelen op Polé Polé en speciaal voor die spetterende gelegenheid zou ik graag iets tof doen met mijn gezichtsbeharing. Ik breinstorm even luidop.

Funky bakkebaarden zouden tof zijn. Stijlvol zoals die van Usher of wat ruiger zoals Gaz van Supergrass. Of helemaal géén fasjen. Hahahaha, stel u voor. Qua bovenlipbeharing twijfel ik tussen een pornosnor, Lemmy-style, of een manouchesnor, zoals den Django. Een sik moet ik niet hebben, want dat vind ik hondslelijk. Behalve een splitsik (©spekvriend), maar dat is dan weer niet feestelijk genoeg, denk ik.

Aan mijn wenkbrauwen wil ik niets veranderen, die zijn al cool genoeg. Ook met mijn kapsel heb ik geen wilde plannen, want mijn haar is nu al vrij kort (4,7 cm) en dan zijn de mogelijkheden beperkt. Maar alle ideeën en kappers zijn welkom. Als’t maar feestelijk is.

Keuzes. Keuzes. Keuzes.

En hoe verliepen de voorbije dagen bij u?
Bij ons zo:

Woensdagavond: huisdokterbezoek met Jitse wegens koorts, oorontsteking en antibiotica die niet werkt.
Woensdagavond laat: nieuwe antibiotica komt fonteingewijs uit Jitse, eten van de voorbije drie uur inclusief.
Woensdagnacht: slecht geslapen.
Donderdag: Jitse heeft opnieuw hoge koorts.
Donderdagavond: kinderartsbezoek, en joepie: nieuwe antibiotica gekregen.
Vrijdag: thuis met zieke Jitse. Slaapt niet, eet slecht.
Vrijdagavond: optreden in’t voorprogramma van Raymond van’t Groenewoud. Was tof!
Vrijdagnacht: niet geslapen.
Zaterdag: badkamer verder getegeld. Jitse eet ondertussen bijna niet meer, heeft spetterpoep en wil uiteraard niet slapen.
Zaterdagavond: optreden op een feestje en na zes jaar een oud-kotgenote teruggezien. Was tof! En frietjes gegeten met een kaaskroket, chicken nuggets en een dubbele cheeseburger. Was lekker!
Zaterdagnacht: niet geslapen en Jitse krijgt jeukende uitslag achter haar oren.
Zondagochtend half zes: telefoontje naar’t ziekenhuis om te weten of de kans bestaat dat ze allergisch is aan de antibiotica. De kans is klein, naar’t schijnt. Spekvriend heeft dikke wallen.
Zondagvoormiddag: badkamer verder getegeld.
Zondagmiddag: naar spoed gereden met Jitse, uitslag staat over heel haar lijf. Oorzaak onbekend dus ze moet in’t ziekenhuis blijven. En a ja, ze heeft ook tekenen van uitdroging. Vaderhartbreuk opgelopen toen ze het arme kind een maagsonde staken.
Zondagavond: Döner Kebab met veel samouraisaus gegeten. Was lekker!
Zondagnacht: terug naar huis om een paar uurtjes te slapen want de ziekenhuisstoel is niet comfortabel. dR!En blijft in het ziekenhuis en slaapt niet.
Maandagmiddag: het verdict van de dokter! Oorontsteking is iets beter, de huiduitslag iets erger, oorzaak blijft onbekend. Toch maar stoppen met antibiotica.
Maandagnamiddag: dR!En rijdt naar huis om te slapen. Jitse doet ook een dutje.
Maandagavond: spekvriend rijdt naar huis om te slapen rusten.
Dinsdagochtend:: in de spiegel gekeken en gedacht: how jom, ge hebt precies een ferm pak slaag gehad.
Dinsdagmiddag: Wij mogen naar huis. Jitse in bed, lijf in de zetel, benen op de salontafel. Heerlijk.

Ziekenhuizen zijn niet tof. Oost west enzo. Op dagen zoals hierboven, wou ik dat alles opnieuw was zoals het al tien maanden is. Dat onze fantastische dochter gewoon elke nacht twee tot vier keer wakker wordt in haar eigen bed, naast dat van ons. In het slechtste geval moet ge dan af en toe eens goed vloeken en zijt ge een beetje moe, maar ’s morgens zit er een gezonde en vrolijke dochter aan de ontbijttafel die handjesdraaitkoekebakkevlaait, uw bestek afpakt en boterhammen in uw neus steekt.

Slaapwel.

dR!En

dR!En anno 1989

Ilse vraagt naar onze communiefoto’s. Ze denkt misschien dat ik een schattig schoon kleedje droeg en bekskes in mijn haar had. Ha!

Schattig was ik uiteraard, maar voor de rest moest je niet bij mij zijn. Ik ben nooit een meisje-meisje geweest, altijd een stoere griet! Dus droeg ik een broek. Een zwarte met witte bolletjes en een hemdje met een schoon kraagske. En lakschoentjes. Ik had wel een schoon frulleke, maar geen wafelijzers voor mij, zot!

Nadat alle genodigden mijn verplichte nette outfit hadden mogen aanschouwen, ben ik mij onmiddellijk gaan omkleden naar een tenue waarin ik me helemaal goed voelde: een voetbalshort en mijn sandalen. Hemdje mooi in de broek, zo hoort dat. Ik had van mijn ome Jan een bangelijke cadeau gekregen: een skateboard met knie- en ellebooglappen! Daar heb ik dan ook een hele dag mee rondgelopen.

De foto’s van spekvriend kunnen dus onmogelijk stoerder zijn dan de mijne. Maar ze zijn wel de moeite, dat kan ik u verzekeren. Als hij onze badkamer heeft afgewerkt mag hij terug internetten, dus ze komen eraan!

spekvriend

Pendelen went. How jom.

(Pendelen als in naar’t werk rijden en in de file staan, niet als in hocus pocus gedoe.)

Normaal gezien rijden wij gezwind met onze fietskes naar’t werk, maar omdat ons huis onbewoonbaar is, logeren we tijdelijk in Turnhout. Dat betekent: pendelen. En how jom, in’t begin valt dat dik tegen. Vroeg opstaan, stilstaan vanaf Ranst of Oelegem of Zoersel, veel gedoe om op het werk en in de crèche te geraken en ’s avonds hetzelfde traject maar omgekeerd. Kortom: lange dagen.

Maarrrrr! Vroeg opstaan en in de file staan, heeft ook voordelen: ge kunt in de auto al eens een muziekske luisteren bijvoorbeeld. Dat gaat niet op de fiets. Als ge toevallig iemand keihard ziet zingen op de E34, dat ben ik.

THUNDER! NAHNAHNAHNAH NAHNAHNAHNAH! THUNDER!
Quality time.

En er is ook veel te zien in de file. Bestuurders die in hun neus peuteren, een vrachtwagen van transportbedrijf D. Speksnijder, Tom Waes in zijn Range Rover, coole nummerplaten, een dood hert op de weg en veel schone auto’s. Tof allemaal.

Awel, na twee weken pendelen durf ik zeggen: het went. Ik zou dat gerust elke dag kunnen doen, denk ik. Misschien moeten we verhuizen. Naar Wallonië ofzo.

dR!En

kzweret maat

‘t Is weer van datte. Voor het derde jaar op rij, hebben wij last van 2 duiven die ons huis de uitverkoren plek vinden om hun nest in te bouwen.

De vorige jaren zijn we er in geslaagd ze buiten te houden, maar volhouders dat ze zijn maakten ze dan maar een nest op ons plat dak. Dus fladderen die ratten hier af en aan, schijten heel onze koer onder, strooien hun vuile veren hier in het rond, roekoeën aan ons slaapkamerraam en vooral: laten zich met geen stokken verjagen. En koekestoem dat die beesten voor de rest zijn: hun nest knutselden ze gewoon midden op ons dak, totaal onbeschut. Dus als dat hier regent dat het giet, zit daar één van die krengen zeiknat te bibberen op een hoop takjes met een ei of twee erin. Na verloop van tijd is dat beest het beu en als de partner plots niet meer wil overnemen (ah nee, zo stoem is dat beest dan ook weer niet) dan is ‘t ambras en moeten de eieren eraan geloven.

Meestal maken ze het één keer terug goed en proberen ze met een tweede nest: zelfde scenario als hierboven. Maar definitief scheiden, nee, ‘t is ware liefde, “volgend jaar proberen we nog eens he schatje”. Zo gaat dat bij die duiven van ons.

Dit jaar zijn ze er dus weer, ons huis wordt al wéken beloerd. En dit jaar nemen ze geen genoegen met het plat dak, zo blijkt. Soms vergeten wij een raam te sluiten waarvoor nog geen gaas gespannen is en dan zitten ze nog geen 10 minuten later eieren te bevruchten in onze zolderkamer. Vetzakken seg.

Deze dierenvriend is het beu, méér dan beu. Dit jaar gaan ze eraan, ik zweer het. Volgende week zitten hier twee duiven bij t vuilnis.

spekvriend

Een kokosmat.

Daar staat ge dan in Carpetright schaamteloos te loeren naar minstens 1000 soorten tapijt. En geen enkele kokosmat te bespeuren.

Dus trekt ge een verkoper aan de mouw die trots vanonder het stof twee lappen kokos tevoorschijn haalt als ware het twee Vlaamse Reuzen uit een tovenaarshoed. Tadah! Achttien millimeter dik en verkrijgbaar in bruin of zwart. (De matten, niet de konijnen.) Kostprijs respectievelijk 36 en 46 euro, aldus de verkoper. Een scherpe prijs voor de natuurlijke klassieker. Dan zijt ge onder de indruk van die zwarte mat, want duur is altijd mooier, en besluit ge dat het goed is; dat ge de zwarte neemt. En als ge uw bankkaart in de terminal steekt en discreet uw code intoetst, meldt de verkoper dat ge de mat moogt afhalen aan het magazijn achteraan in de winkel.

Terwijl ge via een rode loper naar het magazijn paradeert, weerklinkt een boodschap doorheen de winkel.

“Bericht aan het magazijn. Opgelet. Klant onderweg voor kokosmat. Kleur zwart. Ik herhaal: klant onderweg voor kokosmat kleur zwart. Z – W – A – R – T. Alle hens aan dek.”

Dan voelt ge uw wel vrij belangrijk, moet ik toegeven. Eventjes toch. Want als ge in het magazijn aankomt en de magazijnier aan u vraagt welke mat ge wilt hebben en in welke kleur alstublieft, is het meerderwaardigheidsgevoel snel verdwenen. Weinig hens aan dek.

Enfin, we hebben nu één vierkante meter zwarte kokosmat. Te koop.
Onze tochtborstel loopt vast op achttien millimeter natuurlijke klassieker.

dR!En

En trouwens

weet je wat ik ook héél vaak droom?

Dat ik ergens (de locatie is altijd anders) koortsachtig op zoek ben naar een proper toilet.

Ik moet dan dringend plassen, maar met elke wc die ik tegenkom is iets helemaal mis. Pipi op de bril, niet-doorgspoelde drollen, verstopt, stank, geen deur om dicht te doen,… Allemaal ongeschikt voor mijn behoefte dus.

Raar hè?

dR!En

Droom.

Deze nacht droomde ik dat ik ging bevallen van mijn 2de kind (ja, snel hé!). Toen de geboorte stond te gebeuren stuurde de gynaecologe mij huiswaarts en spekvriend zou mij wel verwittigen als het kind er was (mijn dromen zijn altijd de logica zelve).

Enige tijd later kreeg ik een sms:
“Het is er! Maar het klikt precies niet zoals bij Jitse, het kind is heel luidruchtig. Ik denk dat het zo’n huilbaby gaat zijn”

De droom bleek een nachtmerrie, ik ben maar rap wakker geworden.

Volgende »