Allej vooruit. Ik zit op dat Pingding van Apple. Al welgeteld 30 minuten. Ondertussen is iTunes al drie keer kapot gegaan en mijn muis verandert elke minuut in een spinnend cd’ke. (Hoe ironisch.) Maar! Het is me gelukt.
Als ge mij wilt vinden, dan moet ge zoeken op mijn echte naam. Maar die kent ge niet. En de zoekbalk zoekt niet in de profielbeschrijving. Dus met “spekvriend” of “sloddervossen” in te tikken, zult ge niet ver geraken. En uw adresboek uploaden kan niet, dus daar gaat ge mij ook niet mee vinden. Mijn account is als het ware verstopt. Woe-hoe-hoew. Spanning verzekerd.
Weet ge wat ik wel een beetje flauw vind? Ping werkt vanuit de Apple Store. Da’s nogal een commercieel uitgangspunt voor social media he. Mij lijkt het logischer dat ge vertrekt vanuit de bibliotheek en dat ge vandaar doorklikt naar Ping of naar de Store. Maar ja, think different en al.
Misschien mis ik de clue helemaal. Misschien is het echt baanbrekend en zie ik het niet. Misschien ben ik traag van begrip. Een jongen die af en toe een schouderklop en wat extra hulp nodig heeft met al die nieuwe techninonologie. Misschien ook niet.
Voorlopig nog geen grote fan van Ping dus, maar het ding bestaat nog maar een dag en ik ben al van half zes wakker. Dat kan er ook mee te maken hebben. Na Italië geef ik het een tweede kans.
I’m impressed. Het moet toch heerlijk zijn als ge van luchtgitaarspelen uw beroep kunt maken en heel de wereld kunt rondreizen in een spanbroek. En dat ge uzelf dan op youtube bezig ziet en fier kunt zijn op uw prestatie. En als de leerkracht van uw kind heeft geïnformeerd naar het beroep van papa, dat ge dan een rode opmerking in de klasagenda te lezen krijgt: “uw dochter heeft te veel fantasie”. Het moet toch heerlijk zijn.
Nog een filmpje van vorig jaar, omdat Günter Love het verdiend heeft:
Het moeten niet altijdvrouwen zijn die traantjes wegpinken bij muziek. Neenee, ook uw favoriete jongensvos laat zich wel eens beroeren. Serieus.
Een groep die bij mij niet veel verkeerd kan doen, is Wilco. Vroeger vond ik de band overroepen. Herrie. Totdat ik Kicking Television kocht en daar kippenvel bij kreeg. Meteen daarna heb ik de hele Wilco-collectie aangeschaft en begrepen dat de herrie er juist voor zorgt dat die parels parels zijn. Ofzoiets. Vorig jaar in de AB gezien en zwaar genoten. Wilco heerst. Check alles op youtube als ge mij niet gelooft. Dit is alvast eentje met Tweedy solo:
Mark Lanegan. Veel woorden moet ik er niet aan vuil maken: geweldige stem. Soulsavers was met de hakken over de sloot, maar bij zijn andere projecten scheert hij hoge toppen. Vooral de samenwerking met Isobel Campbell raakt mij. Nieuwe cd “Hawk” is trouwens opnieuw supergoed. Dit is eentje uit de oude doos:
I’m a sucker for Stax. Misschien wat melig, maar ik krijg het nog altijd warm bij een vleugje Otis Redding.
Jazz. Ik ben geen freak, en soms word ik er zenuwachtig van. Maar af en toe kan een scheet Stan Getz, John Coltrane of Thelonius Monk mij wel verwarmen. Eén van mijn favorieten is deze schitterende uitvoering van Autumn Leaves door Chet Baker en Paul Desmond:
Ik hoor u denken: doen de vrouwtjes niks tintelen bij u, spekmans? Toch wel! Nina Simone, Etta James, Ella Fitzgerald, Cesaria Evora. Al die oude dozen doen mijn hartje sneller slaan. En jonkvrouw Trixie Whitley, die ook. Mennekes toch, zo’n stem. Wereldklasse.
En niet te vergeten: Natalie Imbruglia met Torn. Muzikaal zegt het me niks, maar haar ogen op de hoesfoto. Jongens toch, haar ogen op de hoesfoto.
Binnen twee weken moet ik muziekskes spelen op Polé Polé en speciaal voor die spetterende gelegenheid zou ik graag iets tof doen met mijn gezichtsbeharing. Ik breinstorm even luidop.
Aan mijn wenkbrauwen wil ik niets veranderen, die zijn al cool genoeg. Ook met mijn kapsel heb ik geen wilde plannen, want mijn haar is nu al vrij kort (4,7 cm) en dan zijn de mogelijkheden beperkt. Maar alle ideeën en kappers zijn welkom. Als’t maar feestelijk is.
En ze hebben een nieuwe plaat. Op djoebdjoeb staan een paar live-nummers en kijk, nu zien ze er uit als échte mannen. Bij één Hanszoon groeit er zelfs iets op zijn kin. Een sik, denk ik.
Ik vind het een heel mooi nummer. Goede samenzang en al. En ik ben niet de enige die helemaal wild wordt van de jongens. Deze week nog werd een gratis concert van Hanson en rapper Drake afgeblazen omdat er te veel mensen waren komen opdagen. Wellicht wilden de fans nog één keer uit volle borst Mmmbob meezingen, want dat blijft een dijk van een poplied.
Let op de coole hoofdbeweging in’t begin van het nummer als Taylor hooooow zingt. Classic.
De laatste tijd ben ik mij in Bumba aan het verdiepen want de dochter is er wild van. En als de dochter er wild van is, dan ik ook. Daarom heb ik getracht het geheim van Die Kleine Clown te ontsluieren en ik kwam tot het besluit dat Bumba niet alleen de harten van de kinderen probeert te veroveren maar ook gretig naar de aandacht van papa en mama graait. De heurzak. Een paar voorbeelden:
Dat lachske. Zoooo jaren ‘90 en dus herkenbaar voor papa en mama! Luister:
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
De makers van Bumba drinken ook al eens graag een pintje, net als de meeste papa’s. En dan beginnen we heel hard te roepen van blijdschap. Luister eens naar deze live-versie van het Bumba-lied (begin op 1:32). Legendarisch gezongen. Zonder bier, geen plezier! Tenzij je Jannes heet en na Bumba mag optreden in een K3-show.
Zie ook de blitse danspasjes van de aap Poppa op 1:20 in onderstaande aflevering. Man, dàt zijn nog eens moves. Als dR!En en ik ooit nog eens op een fuif geraken, zullen we vet scoren met onze Momma-Poppa-stopdans.
Poppa, zou die genoemd zijn naar Popa Chubby? Ik weet zeker van wel.
Vandaag neem ik afscheid van Bobbejaan Schoepen en van mijn jongensdroom.
Toen ik een paar maanden geleden een ukelele in mijn handen kreeg en razend populair werd als Bobby Mark (25 fans op facebook!), heb ik een nummer geschreven: Op reis naar Bobbejaanland (balade van een troubadour). Maar dat wist u al van hieronder.
Bij wijze van eerbetoon aan mijn held zet ik de demo van het nummer vandaag online.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Bobbejaan Schoepen is dood. Daar ben ik efkens niet goed van. Ik ben een fan van Bobbejaan. Zijn looks, zijn fluitkunsten, zijn parcours met ups en downs.
Nu moet ge weten dat ik al een paar dagen aan een ukelelenummer aan het werken ben. Bobby Mark for old times sake. Het nummer heet ‘Ik ga op reis naar Bobbejaanland’ en gaat over mijn grote droom om ooit eens een liedje te zingen voor Bobbejaan Schoepen. Mijn held.
Het refrein van mijn nummer gaat zo:
Ik ga op reis naar Bobbejaanland
en ik neem mee mijn cowboyhoed
mijn schoonste ukelele en een flinke dosis moed
ik hoef geen roem of rijkdom
of honderdduizend fans
voor Bobbejaan gaan zingen
dat is mijn grootste wens
En ja, diep vanbinnen meende ik elk woord. Miljaar.
Droom zacht, Bobbejaan.
Goed, het is misschien niet de meest hippe naam en hij heeft misschien geen rock’n'roll looks, maar… vergeet dat. Tim Knol kicks ass.
Deze jonge snuiter maakt fijne muziekskes en blaast je zonder blozen terug in de tijd. Soms vijftien jaar, soms vijfendertig jaar. Goeie stem, goeie songs, goeie muzikanten. Bij de Nederbovenburen is hij alvast behoorlijk populair en van mij mag hij in België ook wel een hit of twee scoren.
Niemand wilde geloven, toen ik jong en eenzaam was, dat ik mijn eigen zwerfvogel had. Petrus, zo had ik het dier genoemd.
Elke keer als ik alleen op mijn slaapkamer zat, landde Petrus op de vensterbank en tikte met zijn snavel tegen de ruit. “Kijk dan spekvriend! Kijk dan! Hier zit ik! Ik ben een vogel!”. Ik ken niks van vogels, maar het was er echt één. Het dier sprak de waarheid. Dus legde ik broodkorstjes op de vensterbank en elke dag kwam Petrus langs. Speciaal voor mij en de korsten.