Vandaag neem ik afscheid van Bobbejaan Schoepen en van mijn jongensdroom.
Toen ik een paar maanden geleden een ukelele in mijn handen kreeg en razend populair werd als Bobby Mark (25 fans op facebook!), heb ik een nummer geschreven: Op reis naar Bobbejaanland (balade van een troubadour). Maar dat wist u al van hieronder.
Bij wijze van eerbetoon aan mijn held zet ik de demo van het nummer vandaag online.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Bobbejaan Schoepen is dood. Daar ben ik efkens niet goed van. Ik ben een fan van Bobbejaan. Zijn looks, zijn fluitkunsten, zijn parcours met ups en downs.
Nu moet ge weten dat ik al een paar dagen aan een ukelelenummer aan het werken ben. Bobby Mark for old times sake. Het nummer heet ‘Ik ga op reis naar Bobbejaanland’ en gaat over mijn grote droom om ooit eens een liedje te zingen voor Bobbejaan Schoepen. Mijn held.
Het refrein van mijn nummer gaat zo:
Ik ga op reis naar Bobbejaanland
en ik neem mee mijn cowboyhoed
mijn schoonste ukelele en een flinke dosis moed
ik hoef geen roem of rijkdom
of honderdduizend fans
voor Bobbejaan gaan zingen
dat is mijn grootste wens
En ja, diep vanbinnen meende ik elk woord. Miljaar.
Droom zacht, Bobbejaan.
Goed, het is misschien niet de meest hippe naam en hij heeft misschien geen rock’n'roll looks, maar… vergeet dat. Tim Knol kicks ass.
Deze jonge snuiter maakt fijne muziekskes en blaast je zonder blozen terug in de tijd. Soms vijftien jaar, soms vijfendertig jaar. Goeie stem, goeie songs, goeie muzikanten. Bij de Nederbovenburen is hij alvast behoorlijk populair en van mij mag hij in België ook wel een hit of twee scoren.
Niemand wilde geloven, toen ik jong en eenzaam was, dat ik mijn eigen zwerfvogel had. Petrus, zo had ik het dier genoemd.
Elke keer als ik alleen op mijn slaapkamer zat, landde Petrus op de vensterbank en tikte met zijn snavel tegen de ruit. “Kijk dan spekvriend! Kijk dan! Hier zit ik! Ik ben een vogel!”. Ik ken niks van vogels, maar het was er echt één. Het dier sprak de waarheid. Dus legde ik broodkorstjes op de vensterbank en elke dag kwam Petrus langs. Speciaal voor mij en de korsten.
In heel mijn leven heb ik al veel gitaren gezien, in alle vormen en kleuren. Alles van Fender, Gibson, Gretsch en konsoorten en creaties van gitaarbouwers over heel de wereld zijn mijn ogen gepasseerd. Nee, deze jongen is niet snel meer onder de indruk.
Maar kijk, wat Guttlin Guitars oa. maakt:
Wow. Daar gaat mijn hartje sneller van slaan. En niet alleen deze Thin King is een lekker ding, ook de andere gitaren hebben schitterende looks. Check de website.
Een paar maand geleden kreeg ik die pareltjes al in de mot op Youtube en blijkbaar ben ik niet de enige die onder de indruk is. Schitterend design, goede materialen en -als ik de commentaren en de filmpjes mag geloven- ook een fantastisch geluid.
Het beste van al: de bouwer Guttlin Guitars komt uit België. Dat ligt vlak bij Antwerpen. Mijn vingers, perdoeme ze jeuken.
Sharon Jones, the super-soul-sister with the magnetic “Je ne sais quoi” en haar Dap-Kings hebben een kerstsingle op het net gezwierd: Ain’t no chimneys in the projects. Te beluisteren alhier. Alwaar? Alhier.
Wie zich inschrijft op de nieuwsbrief krijgt niet alleen een mp3′ke van het nummer, maar ook kerstwensen van Binky Griptite himself. Gratis en al.
Lijstje van de genomineerden voor de MIA’s gezien bij De Morgen en meteen mijn winnaars gekozen:
Album: Das Pop
Groep: Absynthe Minded
Pop: Hadise
Rock/Alternative: The Hickey Underworld
Nederlandstalig: Bart Peeters
Populair: Christoff (tenminste een échte vakman)
Soloartiest man: Daan
Soloartiest vrouw: Axelle Red
Liveact: The Black Box Revelation
Doorbraak: The Hickey Underworld
Videoclip: Das Pop – Never Get Enough
Dance/Electronica: Milk Inc
Muzikant: Jef Neve
Auteur-componist: Bert Ostyn
Het was niet zo’n heel spannend jaar voor de Belgische muziek, precies. Geeuw.
Muziekminnend Vlaanderen, staakt uw wild geraas, want Bobby Mark heeft weer een nieuw beklijvend lied gemaakt: Kaaskroket.
De tekst is dit keer een schrijfsel van Uw Moeder. Deze woordenfee was zo lief om mijn onvoorwaardelijke liefde voor kaaskroketten en de problemen die daarmee gepaard gaan, te vertalen naar een pakkende en meeslepende liedjestekst. Waarvoor mijn oprechte dank en forever I love you too.
Het was worstelen om de tekst op muziek te zetten, want Uw Moeder’s gevoel voor ritme situeert zich –voor een simpele schlagerzanger als ik althans- in een ander universum. Daarom heb ik het onderste uit de kan gehaald: mijn beste ukelele, een walsmaat, mijn beste showbizzskills en als klap op de vuurpijl: het prachtige achtergrondkoor *De Glorieklokken*, u wellicht gekend van oa. Johannes de Heer en De Glorieklokken. Het resultaat is een gevoelig, doch sfeervol levenslied.
Genoeg gecrediteerd en achtergrondgeïnformeerd, want jullie zijn uiteraard razend benieuwd. Dit is ‘em, mijn nieuwe single: Kaaskroket.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Downloaden kan
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
.
De tekst vind je op Appelogen.
Pikkediefregels staan hier.
Vrijdag speelden Jeff Tweedy en De Zijnen in de AB, en wij waren erbij. Ik ben nogal een grote fan van Wilco. Zo’n fan die alle cd’s in huis heeft. Zo’n fan die in goede en kwade dagen hun platen draait. Zo’n fan die oprecht geniet van hun muziek.
In het begin van het concert dacht ik bij mezelf dat Wilco toch een goede liveband was. Dat ze het wel goed kunnen, dat truukje van ‘een schoon melodietje laten verdrinken in totale chaos’. Dat die spastische gitarist waarschijnlijk een onuitstaanbare kwal moet zijn, maar dat zijn talent alles goed maakt. Dat Jeff Tweedy er slecht uit zag, maar die stem, jongens toch, die stem. Dat die rechtse gitarist/toetsenist precies nog een jong gastje was. Dat het geluid goed was. En die drummer, en die bassist en die toetsenist; ik heb ze allemaal goed bestudeerd.
En dan ineens zong Tweedy een paar zinnetjes die mij recht in het hart raakten. Vanaf toen dacht ik niks meer. Gewoon ogen toe en meezingen.
Heerlijk.
(Op djoebdjoeb zijn al een paar filmpjes opgedoken van het concert. Bijvoorbeeld: Impossible Germany. Miljaar, weeral kippenvel. )