I’m impressed. Het moet toch heerlijk zijn als ge van luchtgitaarspelen uw beroep kunt maken en heel de wereld kunt rondreizen in een spanbroek. En dat ge uzelf dan op youtube bezig ziet en fier kunt zijn op uw prestatie. En als de leerkracht van uw kind heeft geïnformeerd naar het beroep van papa, dat ge dan een rode opmerking in de klasagenda te lezen krijgt: “uw dochter heeft te veel fantasie”. Het moet toch heerlijk zijn.
Nog een filmpje van vorig jaar, omdat Günter Love het verdiend heeft:
Bobbejaan Schoepen is dood. Daar ben ik efkens niet goed van. Ik ben een fan van Bobbejaan. Zijn looks, zijn fluitkunsten, zijn parcours met ups en downs.
Nu moet ge weten dat ik al een paar dagen aan een ukelelenummer aan het werken ben. Bobby Mark for old times sake. Het nummer heet ‘Ik ga op reis naar Bobbejaanland’ en gaat over mijn grote droom om ooit eens een liedje te zingen voor Bobbejaan Schoepen. Mijn held.
Het refrein van mijn nummer gaat zo:
Ik ga op reis naar Bobbejaanland
en ik neem mee mijn cowboyhoed
mijn schoonste ukelele en een flinke dosis moed
ik hoef geen roem of rijkdom
of honderdduizend fans
voor Bobbejaan gaan zingen
dat is mijn grootste wens
En ja, diep vanbinnen meende ik elk woord. Miljaar.
Droom zacht, Bobbejaan.
“Het frietkot is het gezicht van België”, staat in alle boekskes. Ge moet het niet geloven. Als’t in de boekskes staat, is’t altijd verzonnen. Ik haal mijn zak patat al lang niet meer bij Frituur Miranda, Gust of Danny met hun ranzige curryworsten, slappe samuraisaus en vettige ramen. Mijn frieten komen van bij Cheng en Miao van Frituur Peking.
Cheng en Miao bakken volgens de Oosterse traditie: goudgeel en met een laag vetgehalte. Zoals het hoort dus. Licht verteerbaar en knapperig snelvoedsel; de perfectie nabij. Hun bakwijze van curryworsten tart alle verbeelding en daar kan elke friturist wat van leren. Alleen de kaaskroketten van Frituur Peking kunnen krokanter, maar dat zien we door de vingers. Een kaaskroket wordt wel vaker onderschat.
Mooi om te zien hoe Cheng en Miao vliegensvlug hun bakjes friet inpakken. Als ware het een stijloefening, of een origamiwedstrijd. Eerst enkele horizontale handbewegingen, dan enkele verticale en diagonale vouwlijnen, om te eindigen met de twee handen loodrecht op de tafel en daartussen de bakjes friet. “Neejen eujo dejti astublie”, rond ik dan met veel graagte af naar boven. Voor het spektakel.
Frituur Falcon is back in town! Vorig jaar was het nog een groot drama in frietland: het frietkot moest noodgedwongen zijn deuren sluiten door de strenge frietpolicy van ‘t Stad. Een spijtige zaak voor de hongerige buurtbewoners en werkmensen in de buurt. Ook voor mij.
Wijnand van de Laar, mister Frituur Falcon, heeft net om de hoek een nieuw stulpje geopend. Helaas geen barak meer, maar wel een proper afgewerkte zaak op de Oude Leeuwenrui.
Vanmiddag de test gedaan (kleine friet – ragouzi – samouraisaus) en goedgekeurd.
Mijn mening over de MacBook Air geef ik pas als ik hem deftig heb kunnen testen, maar het wordt in elk geval nog eens een afwisseling: zelfs software-installatie door de lucht! Ben benieuwd!
Het Japanse productiehuis Shokora Inc. gaat de harten van menig Belg veroveren met “tv-programma’s met een erg hoge amusementswaarde”, volgens een persbericht van Belga dat ik vandaag in de mailbox kreeg. Achteraf blijkt het gewoon een viral van Vacature te zijn.
Jammer eigenlijk, want Japanse televisie is meestal lachen. En gieren. En brullen ook. Denk bijvoorbeeld aan dat programma uit de jaren tachtig: Takeshi’s Castle. (danku vriend Stefan) Zoiets mag van mij elke dag op tv komen.