De Orde vraagt tien weetjes:
1. Ik heet niet écht spekvriend. Dat is een fopnaam.
2. De eerste achttien jaar van mijn leven woonde ik niet in Antwerpen, maar in Kasterlee. Dat is een dorp met veel koeien en diepe grachten. Mijn ouderlijk huis staat in een gehucht dat Kleinrees heet, maar ik noem het Niemandsland omdat het eigenlijk net tussen Turnhout en Kasterlee ligt. Ergens nergens. Je zou denken dat daar niet veel Grote Namen gewoond hebben, maar ik kan er minstens drie opsommen: mezelf, Eskimodemus en Tante Nie.
3. Ik heb ooit met een bijl in mijn grote teen gehakt. De enige reden waarom ik dat een leuke herinnering vind, is omdat mijn bompa achteraf enkel wilde weten of zijn bijl stuk was. Humor verzacht de pijn. Mijn teen is overigens volledig hersteld. Het bijl was intact.
4. Waar ik van hou: amateurisme. Met minimale kennis en techniek iets bereiken en daar fier op zijn. Ik hou ook erg veel van vakmanschap: met grote kennis van zake meesterwerken maken, telkens opnieuw.
5. Waar ik niet van hou: gespeeld vakmanschap. Amateurs met grootheidswaanzin. Het is beter om jezelf te lang amateur te noemen, dan te vroeg professional.
6. Er zijn tien dingen die ik graag eet: kaaskroketten, kebab, friet, boterhammen met bruine suiker, spek, chips, snickers, een smoske met krabsla en extra mayonaise, een smoske met kip en barbecuesaus, een smoske met garnaalsla. Dat is een erg calorierijke smaak, maar volgens mijn BMI heb ik al 15 jaar anorexia.
7. Ik lust geen koffie en vind dat spijtig. Ten eerste omdat het heerlijk ruikt. Ten tweede omdat je er wakker van wordt. Ten derde omdat koffie vaak gratis wordt weggegeven in automaten. Er zijn doorgaans maar twee alternatieven: Engelse thee (jakkes!) en warme chocomelk. Allebei erg goed voor de darmfloris. Daarom drink ik liters cola op een dag en heb ik soms erg veel buikpijn.
8. Vroeger zong ik in een boysband en ik heb zelfs twee keer in het Sportpaleis mogen optreden. De nummers die we speelden heetten: “Listen”, “Don’t lie to me (Scorched Love)” en “Searching”. In die tijd werd er wel eens smalend gelachen om ‘die boysband met hun liedjes over de liefde’. Maar fan of geen fan, we waren wereldberoemd in Turnhout en omstreken. dR!En was mijn eerste groupie.
9. Als kind wilde ik Ronny Abbeloos worden. Dan zou ik mijn zoon Tarzan noemen (of was het Rocky?). Nu 20 jaar later blus ik weinig tot geen brandjes en heb ik een dochter. Toch ben ik erg gelukkig met deze onverwachte wending van mijn toekomstplannen.
10. Mijn geschrift is hondslelijk.