De laatste tijd ben ik mij in Bumba aan het verdiepen want de dochter is er wild van. En als de dochter er wild van is, dan ik ook. Daarom heb ik getracht het geheim van Die Kleine Clown te ontsluieren en ik kwam tot het besluit dat Bumba niet alleen de harten van de kinderen probeert te veroveren maar ook gretig naar de aandacht van papa en mama graait. De heurzak. Een paar voorbeelden:
Dat lachske. Zoooo jaren ‘90 en dus herkenbaar voor papa en mama! Luister:
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
De makers van Bumba drinken ook al eens graag een pintje, net als de meeste papa’s. En dan beginnen we heel hard te roepen van blijdschap. Luister eens naar deze live-versie van het Bumba-lied (begin op 1:32). Legendarisch gezongen. Zonder bier, geen plezier! Tenzij je Jannes heet en na Bumba mag optreden in een K3-show.
Zie ook de blitse danspasjes van de aap Poppa op 1:20 in onderstaande aflevering. Man, dàt zijn nog eens moves. Als dR!En en ik ooit nog eens op een fuif geraken, zullen we vet scoren met onze Momma-Poppa-stopdans.
Poppa, zou die genoemd zijn naar Popa Chubby? Ik weet zeker van wel.
En hoe verliepen de voorbije dagen bij u?
Bij ons zo:
Woensdagavond: huisdokterbezoek met Jitse wegens koorts, oorontsteking en antibiotica die niet werkt. Woensdagavond laat: nieuwe antibiotica komt fonteingewijs uit Jitse, eten van de voorbije drie uur inclusief. Woensdagnacht: slecht geslapen. Donderdag: Jitse heeft opnieuw hoge koorts. Donderdagavond: kinderartsbezoek, en joepie: nieuwe antibiotica gekregen. Vrijdag: thuis met zieke Jitse. Slaapt niet, eet slecht. Vrijdagavond: optreden in’t voorprogramma van Raymond van’t Groenewoud. Was tof! Vrijdagnacht: niet geslapen. Zaterdag: badkamer verder getegeld. Jitse eet ondertussen bijna niet meer, heeft spetterpoep en wil uiteraard niet slapen. Zaterdagavond: optreden op een feestje en na zes jaar een oud-kotgenote teruggezien. Was tof! En frietjes gegeten met een kaaskroket, chicken nuggets en een dubbele cheeseburger. Was lekker! Zaterdagnacht: niet geslapen en Jitse krijgt jeukende uitslag achter haar oren. Zondagochtend half zes: telefoontje naar’t ziekenhuis om te weten of de kans bestaat dat ze allergisch is aan de antibiotica. De kans is klein, naar’t schijnt. Spekvriend heeft dikke wallen. Zondagvoormiddag: badkamer verder getegeld. Zondagmiddag: naar spoed gereden met Jitse, uitslag staat over heel haar lijf. Oorzaak onbekend dus ze moet in’t ziekenhuis blijven. En a ja, ze heeft ook tekenen van uitdroging. Vaderhartbreuk opgelopen toen ze het arme kind een maagsonde staken. Zondagavond: Döner Kebab met veel samouraisaus gegeten. Was lekker! Zondagnacht: terug naar huis om een paar uurtjes te slapen want de ziekenhuisstoel is niet comfortabel. dR!En blijft in het ziekenhuis en slaapt niet. Maandagmiddag: het verdict van de dokter! Oorontsteking is iets beter, de huiduitslag iets erger, oorzaak blijft onbekend. Toch maar stoppen met antibiotica. Maandagnamiddag: dR!En rijdt naar huis om te slapen. Jitse doet ook een dutje. Maandagavond: spekvriend rijdt naar huis om te slapen rusten. Dinsdagochtend:: in de spiegel gekeken en gedacht: how jom, ge hebt precies een ferm pak slaag gehad. Dinsdagmiddag: Wij mogen naar huis. Jitse in bed, lijf in de zetel, benen op de salontafel. Heerlijk.
Ziekenhuizen zijn niet tof. Oost west enzo. Op dagen zoals hierboven, wou ik dat alles opnieuw was zoals het al tien maanden is. Dat onze fantastische dochter gewoon elke nacht twee tot vier keer wakker wordt in haar eigen bed, naast dat van ons. In het slechtste geval moet ge dan af en toe eens goed vloeken en zijt ge een beetje moe, maar ’s morgens zit er een gezonde en vrolijke dochter aan de ontbijttafel die handjesdraaitkoekebakkevlaait, uw bestek afpakt en boterhammen in uw neus steekt.
Vandaag neem ik afscheid van Bobbejaan Schoepen en van mijn jongensdroom.
Toen ik een paar maanden geleden een ukelele in mijn handen kreeg en razend populair werd als Bobby Mark (25 fans op facebook!), heb ik een nummer geschreven: Op reis naar Bobbejaanland (balade van een troubadour). Maar dat wist u al van hieronder.
Bij wijze van eerbetoon aan mijn held zet ik de demo van het nummer vandaag online.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Bobbejaan Schoepen is dood. Daar ben ik efkens niet goed van. Ik ben een fan van Bobbejaan. Zijn looks, zijn fluitkunsten, zijn parcours met ups en downs.
Nu moet ge weten dat ik al een paar dagen aan een ukelelenummer aan het werken ben. Bobby Mark for old times sake. Het nummer heet ‘Ik ga op reis naar Bobbejaanland’ en gaat over mijn grote droom om ooit eens een liedje te zingen voor Bobbejaan Schoepen. Mijn held.
Het refrein van mijn nummer gaat zo:
Ik ga op reis naar Bobbejaanland
en ik neem mee mijn cowboyhoed
mijn schoonste ukelele en een flinke dosis moed
ik hoef geen roem of rijkdom
of honderdduizend fans
voor Bobbejaan gaan zingen
dat is mijn grootste wens
En ja, diep vanbinnen meende ik elk woord. Miljaar.
Droom zacht, Bobbejaan.
Ilse vraagt naar onze communiefoto’s. Ze denkt misschien dat ik een schattig schoon kleedje droeg en bekskes in mijn haar had. Ha!
Schattig was ik uiteraard, maar voor de rest moest je niet bij mij zijn. Ik ben nooit een meisje-meisje geweest, altijd een stoere griet! Dus droeg ik een broek. Een zwarte met witte bolletjes en een hemdje met een schoon kraagske. En lakschoentjes. Ik had wel een schoon frulleke, maar geen wafelijzers voor mij, zot!
Nadat alle genodigden mijn verplichte nette outfit hadden mogen aanschouwen, ben ik mij onmiddellijk gaan omkleden naar een tenue waarin ik me helemaal goed voelde: een voetbalshort en mijn sandalen. Hemdje mooi in de broek, zo hoort dat. Ik had van mijn ome Jan een bangelijke cadeau gekregen: een skateboard met knie- en ellebooglappen! Daar heb ik dan ook een hele dag mee rondgelopen.
De foto’s van spekvriend kunnen dus onmogelijk stoerder zijn dan de mijne. Maar ze zijn wel de moeite, dat kan ik u verzekeren. Als hij onze badkamer heeft afgewerkt mag hij terug internetten, dus ze komen eraan!
(Pendelen als in naar’t werk rijden en in de file staan, niet als in hocus pocus gedoe.)
Normaal gezien rijden wij gezwind met onze fietskes naar’t werk, maar omdat ons huis onbewoonbaar is, logeren we tijdelijk in Turnhout. Dat betekent: pendelen. En how jom, in’t begin valt dat dik tegen. Vroeg opstaan, stilstaan vanaf Ranst of Oelegem of Zoersel, veel gedoe om op het werk en in de crèche te geraken en ’s avonds hetzelfde traject maar omgekeerd. Kortom: lange dagen.
Maarrrrr! Vroeg opstaan en in de file staan, heeft ook voordelen: ge kunt in de auto al eens een muziekske luisteren bijvoorbeeld. Dat gaat niet op de fiets. Als ge toevallig iemand keihard ziet zingen op de E34, dat ben ik.
En er is ook veel te zien in de file. Bestuurders die in hun neus peuteren, een vrachtwagen van transportbedrijf D. Speksnijder, Tom Waes in zijn Range Rover, coole nummerplaten, een dood hert op de weg en veel schone auto’s. Tof allemaal.
Awel, na twee weken pendelen durf ik zeggen: het went. Ik zou dat gerust elke dag kunnen doen, denk ik. Misschien moeten we verhuizen. Naar Wallonië ofzo.
Stel dat ge uw badkamer wilt vernieuwen en na lang zoeken vindt ge een betaalbare aannemer die in juni of juli kan starten met de werken, dan zijt ge heel blij als hij ineens een mailtje stuurt om te zeggen dat hij maandag 19/4 kan beginnen en dus breekt ge in al uw blijdschap het weekend voordien heel uw oude badkamer uit tot op de baksteen zodat ge denkt van how jom da is wel ferm uitgebroke eilek en ge zijt fier totdat de volgende dag blijkt dat ge een stopke op een leiding vergeten te zetten bent en er een plas water ter grootte van het Zilvermeer op uw keukenvloer ligt en er slijk in uw tupperwarepottekes drijft, dan kan ik mij voorstellen dat ge efkens vloekt, hoewel ge volgens mij qua schuttingstaal pas écht alle registers open trekt als blijkt dat de aannemer niet komt opdagen op maandag 19/4 op het afgesproken uur want dan ontstaat er paniek omdat ge begint te denken dat het misschien een tikfout was, dat het misschien maandag 19/7 was in plaats van maandag 19/4 want hij had eerst toch juli gezegd en de 7 staat boven de 4 op een toetsenbord en terwijl rampscenario’s van drie maand zonder badkamer door uw hoofd flitsen, probeert ge de aannemer wanhopig te bellen maar hij neemt niet op en ge belt nog eens en nog eens en nog eens tot hij een uur later opneemt en dan roept ge hoe zit da hie nij waar zitte gellie ik zen gelijk in paniek en kem last van hartkloppinge en zenuwpipi, waarop die kerel zachtaardig antwoordt dat ge niet moet panikeren en dat alles goed komt en rustig maar jongen we zijn subiet binnen 5 minuten bij u, awel, op zo’n moment slaakt een mens wel efkens een gil van verlossing. Denk ik.
‘t Is weer van datte. Voor het derde jaar op rij, hebben wij last van 2 duiven die ons huis de uitverkoren plek vinden om hun nest in te bouwen.
De vorige jaren zijn we er in geslaagd ze buiten te houden, maar volhouders dat ze zijn maakten ze dan maar een nest op ons plat dak. Dus fladderen die ratten hier af en aan, schijten heel onze koer onder, strooien hun vuile veren hier in het rond, roekoeën aan ons slaapkamerraam en vooral: laten zich met geen stokken verjagen. En koekestoem dat die beesten voor de rest zijn: hun nest knutselden ze gewoon midden op ons dak, totaal onbeschut. Dus als dat hier regent dat het giet, zit daar één van die krengen zeiknat te bibberen op een hoop takjes met een ei of twee erin. Na verloop van tijd is dat beest het beu en als de partner plots niet meer wil overnemen (ah nee, zo stoem is dat beest dan ook weer niet) dan is ‘t ambras en moeten de eieren eraan geloven.
Meestal maken ze het één keer terug goed en proberen ze met een tweede nest: zelfde scenario als hierboven. Maar definitief scheiden, nee, ‘t is ware liefde, “volgend jaar proberen we nog eens he schatje”. Zo gaat dat bij die duiven van ons.
Dit jaar zijn ze er dus weer, ons huis wordt al wéken beloerd. En dit jaar nemen ze geen genoegen met het plat dak, zo blijkt. Soms vergeten wij een raam te sluiten waarvoor nog geen gaas gespannen is en dan zitten ze nog geen 10 minuten later eieren te bevruchten in onze zolderkamer. Vetzakken seg.
Deze dierenvriend is het beu, méér dan beu. Dit jaar gaan ze eraan, ik zweer het. Volgende week zitten hier twee duiven bij t vuilnis.
Goed, het is misschien niet de meest hippe naam en hij heeft misschien geen rock’n'roll looks, maar… vergeet dat. Tim Knol kicks ass.
Deze jonge snuiter maakt fijne muziekskes en blaast je zonder blozen terug in de tijd. Soms vijftien jaar, soms vijfendertig jaar. Goeie stem, goeie songs, goeie muzikanten. Bij de Nederbovenburen is hij alvast behoorlijk populair en van mij mag hij in België ook wel een hit of twee scoren.
ik wil je maar gewoon effe laten weten dat ik je allergrootste fan ben. Altijd al geweest. Als kind droomde ik ervan om keeper te worden en blonde krullen te hebben. Dat is helaas mislukt. Niet iedereen kan succesvol zijn in het leven.
Gelukkig heb ik een tijdje terug de eer gehad om je te ontmoeten. Dat was erg leuk, vond je ook niet? Samen gezellig met onze hondjes ravotten! De foto die Debby toen van ons gemaakt heeft, staat hier te pronken in de huiskamer. Kijk eens hoe liefdevol mijn hondje Blackie naar Angie gluurt. Vriendjes voor het leven, net als jij en ik!